Individu & Samenleving·Kennis & Cognitie·Wetenschap

Over jihad, psychologie en ideologie

“In het gesprek over de Europese jihadgangers gaat het teveel over nihilisme en te weinig over idealisme; teveel over psychologie en te weinig over ideologie.” Met deze zin opent Paul Scheffer zijn opiniestuk in het NRC handelsblad van 11 oktober. Je voelt direct waar dit naartoe gaat. Elementen uit jihadideologie zouden integraal onderdeel van de Islam zijn en dus is het zaak dat het Islamitische deel van de samenleving nu aan grondig zelfonderzoek gaat doen. Die stellingname irriteert mij, maar daarover ga ik verder niets zeggen. Waar het mij om gaat is het uit elkaar halen van psychologie en ideologie. Bedoeld of onbedoeld is dit een vorm van ‘framing’. Dat wil zeggen, Scheffer structureert de discussie zodanig dat de uitkomst bij voorbaat een bepaalde kant op wordt gestuurd. Over ideologie kun je namelijk je gelijk halen met rationele argumenten (zeker als je preekt voor eigen parochie). En dan is het prettig niet gestoord te worden door feiten over hoe mensen in elkaar zitten. Maar kan ideologie wel los van psychologie beschouwd worden?

In de cognitiewetenschappen en de cognitiefilosofie (mijn vak) zijn er de laatste 20 jaar steeds meer ontwikkelingen die suggereren dat cultuur (waaronder ideologie valt) en cognitie (grotendeels overlappend met psychologie) sterk met elkaar verweven zijn. In het geval van de casus die Paul Scheffer aansnijdt ligt het voor de hand de vraag te stellen wat de psychologische mechanismen zijn die mensen ontvankelijk maakt voor radicale ideologieën. Zijn rationele argumenten daarop wel van invloed? Ik bedoel dit niet als retorische vragen. Het zijn uiterst belangrijke vragen waarop we het antwoord nog niet hebben. Waar ik hier voor wil pleiten zijn twee dingen. (1) Dit zijn de vragen zijn waarover we het nu (eindelijk) moeten gaan hebben in het licht van de overdaad aan culturele conflicten in onze wereld. (2) Daarbij moeten we zoveel mogelijk rekening houden met wat cognitiefilosofie en –wetenschap ons te leren heeft.

Twee ontwikkelingen die hier uiterst relevant zijn, heten respectievelijk extended cognition en socially distributed cognition. In de eerste gaat het erom dat veel van onze psychologische processen als het ware ge-‘outsourced’ worden. Een voorbeeld: agenda’s, al dan niet electronisch met waarschuwingssignaal bij belangrijke afspraken, nemen een deel van onze geheugenfunctie over. Een deel van ons ‘geheugen’ zit in onze iPhones en notitieboekjes. Dat betekent dat onze psychologie veel sterker met de wereld verbonden is dan we geneigd zijn te denken. De wereld buiten ons hoofd vormt niet alleen de inhoud van ons denken, datgene waarover we gedachten vormen, ze draagt ook bij aan het procesmatig verwerken van die inhouden—dat wil zeggen aan het denken zelf.

Mensen hebben in de loop van onze evolutionaire en culturele ontwikkeling een enorme hoeveelheid artefacten gemaakt die onze cognitieve functies op een geweldige manier ondersteunen en uitbreiden. Daarbij kun je natuurlijk denken aan agenda’s, of aan telramen, maar ook aan zoiets magistraals als taal. Taal maakt het mogelijk om gedachten de vorm van geschreven en gesproken woorden te geven. Daarmee kunnen gedachten publiek worden. En in het publieke domein kunnen gedachten ontstaan die individuen niet zelf kunnen maken, maar wel zelf kunnen gebruiken. En daar komt cultuur—en dus ook ideologie—om de hoek kijken.

Cultuur is wat menselijke cognitie zoals we die nu kennen mogelijk maakt. Wij leven, denken en handelen in een context van taal, gebruiken, gedragsregels, rituelen en omgansvormen. Die context vormt—als je de lijn ven het denken over ‘extended cognition’ serieus doordenkt—een integraal onderdeel onze cognitieve processen. Dat kan ook niet anders als je je realiseert dat onze breinen zich de eerste 20 jaar van ons leven ontwikkelen door zich in te passen in zo’n context. Hoe ver dat inpassen gaat en hoeveel individuele vrijheid dat overlaat is een open vraag. Wel is duidelijk dat we door deze ‘enculturatie’ van onze psychologische vermogens heel veel dingen kunnen die dieren niet kunnen. Zo kunnen groepen mensen samen cognitieve systemen vormen. Dat is de kerngedachte van socially distributed cognition. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de piloot, de co-piloot, de navigator en de boordwerktuigkundige die samen één taak vervullen: een vliegtuig besturen. Of denk aan de sociale structuren die van een groep mensen een bestuur van een bedrijf of de regering van een land maken; of een terreurcel.

Met deze ontwikkelingen is een lijn van onderzoek in gang gezet die van groot belang kan zijn voor het denken over (en hopelijk uiteindelijk het omgaan met) culturele conflicten. Cultuur is in deze benadering meer dan een verzameling ideeën en denkbeelden. Het is vooral een leefwereld waarin en waarmee we denken en handelen. Dat geldt ook voor ideologie en religie. Een keuze voor radicaal Islamitisch gedachtengoed is dan niet slechts een keuze voor een overtuiging of een geloof. Het is net zo goed een keuze (en waarschijnlijk is dat het verkeerde woord) om te fungeren in een bepaalde sub-groep. Daarbij gaat het erom dat het gedrag, de gebruiken en rituelen van die groep gevoeld worden als optimale context voor het eigen functioneren. Dat is de les die volgens mij uit de extended en distributed cognition beweging gehaald moet worden: cognitie en cultuur passen als puzzelstukken in elkaar—psychologie en ideologie vormen een geheel.

Ik snap dat dit de discussie over hoe om te gaan met ideologische, religieuze en culturele conflicten er niet makkelijker op maakt. Ideologie als context waarin mensen functioneren is minder grijpbaar dan ideologie als verzameling denkbeelden. Maar het stelt ons wel in staat de discussie vanuit een realistische diagnose te starten. Inzicht in de manier waarop cultuur menselijk denken mogelijk maakt—inzicht dat nog volop in ontwikkeling is in de academische filosofie—lijkt mij voor die discussie van essentieel belang. Het gaat me hier niet om Paul Scheffer of zijn vorm van ‘framing’. Het gaat me er vooral om te benadrukken—in navolging van de bedenker van het begrip ‘framing’, George Lakoff—dat filosofie en wetenschap uiteindelijk een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan politieke debatten en wie weet ook aan oplossingen voor sociale en culturele problemen.

2 gedachten over “Over jihad, psychologie en ideologie

  1. Het is geen nieuwe gedachte dat religie en ideologie meer te maken hebben met een saamhorigheidsgevoel en/ of het gevoel dat het deel uitmaakt van je identiteit dan met het onderschrijven van dogma’s of denkbeelden. Ook allerlei conflicten die er op het eerste gezicht uitzien als een religieus conflict zijn dat slechts ten dele. Men denke aan Noord-Ierland of aan conflicten tussen sjiieten en soennieten.
    ‘radicale moslims’ delen met elkaar hun afschuw voor de huidige westerse maatschappij die ze als oppervlakkig en materialistisch ervaren. Hun interpretatie van de islam biedt hen wel de diepte die ze in de maatschappij missen. ze proberen zo goed en zo kwaad als dat gaat er zich ook naar de gedragen. Ze dragen traditionele kledij en houden zich strikt aan de voorschriften. Het ligt voor de hand dat deze mensen een groep proberen te vormen. Het ligt ook voor de hand dat de samenbindende kracht van de groep erg groot is. De ‘gewone’ maatschappij moet er doorgaans weinig van hebben, en naarmate de maatschappij meer als vijandig wordt ervaren zal de groep hechter worden. Het gevaar van deze twee complementaire ontwikkelingen schuilt daarin het vermogen tot kritische reflectie op de duur volledig wegvalt. .

    Like

  2. Ik las eens
    (ik kan helaas zo geen referentie vinden) over een door psychologen uitgevoerd onderzoek waarbij proefpersonen in een bepaalde situatie geplaatst werden en moesten reageren op een gebeurtenis. Het geheel werd opgenomen. Achteraf werd de deelnemers gevraagd waarom ze zo hadden gereageerd. Parallel daaraan werden de opnamen getoond aan andere proefpersonen, die ook werd gevraagd om het gedrag (in dit geval dus niet hun eigen gedrag, maar dat van de proefpersonen in de eerste groep) te verklaren. De verklaringen bleken niet wezenlijk van elkaar te verschillen, wat de vraag opwerpt in hoeverre iemands verklaring over het hoe en waarom van zijn gedrag daadwerkelijk hout snijdt.

    Als ik me goed herinner waren er ook experimenten waarin met fMRI werd aangetoond dat de hersenen in sommige situaties eerst op basis van instinct een beslissing nemen, en dat daarna pas de hogere hersenfuncties actief worden. Ook die proefpersonen hadden mooie rationele verklaringen voor hun keuzes, terwijl de meting aantoonde dat die pas na het nemen van de beslissing waren gecreëerd.

    Deze blog lezende bekruipt mij de vraag of ideologie het resultaat zou kunnen zijn van een soortgelijk proces, niet binnen een individu, maar binnen een door middel van extended cognition geïntegreerde groep mensen. Die mensen kiezen dan om allerlei redenen (traditie, efficiëntie, gemakzucht, onderlinge machtsverhoudingen) om op een bepaalde manier te leven, en verklaren en verdedigen die keuzes achteraf door een ideologie in het leven te roepen. Denk bijvoorbeeld aan de zevendaagse week en de zondagsrust, die worden verklaard en verdedigd met verwijzing naar het Bijbelboek Genesis, maar feitelijk veel ouder zijn.

    Als die hypothese hout snijdt, dan is ideologie dus geen oorzaak van culturele conflicten, maar een gevolg van verschillende levenswijzen. Dat suggereert dat die conflicten het beste opgelost kunnen worden door heel concreet naar praktische manieren te zoeken om de verschillende levenswijzen te combineren, en langzaamaan te integreren. De ideologie volgt dan vanzelf.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s