Economie·Klimaat & Milieu·Rechtvaardigheid

Een basisinkomen op milieugrondslag

Het basisinkomen staat weer volop in de belangstelling. Nog niet zo intens als enkele decennia terug toen de kranten werkelijk ervan bol stonden en zelfs enkele ministers het basisinkomen omarmden, maar toch. Het idee van een onconditioneel basisinkomen, een vast inkomen dat de overheid aan elke burger verschaft zonder een tegenprestatie te eisen, roept heftige emoties op. Volgens de tegenstanders is het onbetaalbaar en zou het de solidariteit ondermijnen: tegenover een uitkering zou immers ook de bereidheid tot een tegenprestatie behoren te staan. Volgens de Vereniging Basisinkomen daarentegen is “het basisinkomen een recht, geen vorm van liefdadigheid”. Die formulering verwijst hoogstwaarschijnlijk naar het pamflet Agrarian Justice uit 1797, waarin Thomas Paine als een van de eersten een onconditioneel basisinkomen verdedigde: “Het is geen liefdadigheid, maar een recht, geen gift, maar rechtvaardigheid waarvoor ik pleit.” Maar een basisinkomen in de geest van Paine is toch wat lager dan het alternatief voor de sociale zekerheid waarover de discussie tegenwoordig gaat.

Om Paine’s Agrarian Justice te begrijpen, moeten we nog een eeuw verder terug naar het beroemde en invloedrijke Two Treatises of Government waarin John Locke de grondslagen legde van zowel het libertarisme als het liberalisme, en onze moderne ideeën over het recht op persoonlijk eigendom. Volgens Locke is de wereld het gemeenschappelijk bezit van de mensheid of preciezer: daartoe door God gegeven. Ieder mens bezit echter wel het eigen lichaam en daarmee ook de eigen arbeid. Als de wereld gemeenschappelijk bezit is, is de vraag vervolgens hoe men persoonlijk bezit kan verkrijgen buiten het eigen lichaam. Locke’s oplossing daarvoor is dat natuurlijke hulpbronnen individueel kunnen worden toegeëigend op het moment dat men daarmee de eigen arbeid vermengt, bijvoorbeeld door land te bewerken. Maar Locke maakt een voorbehoud: men mag alleen natuurlijke hulpbronnen toe-eigenen zolang men genoeg en van dezelfde kwaliteit overlaat voor anderen. Alleen dan schaadt men anderen niet in hun gelijke vrijheid om invulling te kunnen geven aan het eigen leven. Voor Locke was dat echter enkel een theoretisch voorbehoud. Naar zijn mening was er nog genoeg gemeenschappelijk land in de Nieuwe Wereld om het ongelijke private grondbezit in Engeland te kunnen rechtvaardigen.

Honderd jaar later zag Thomas Paine echter dat er voor de gemiddelde Engelsman geen enkele mogelijkheid was om nog land toe te eigenen, hoewel het Engelse landoppervlak allesbehalve gelijk over de bevolking was verdeeld. Alle ‘landlozen’ waren daarmee de mogelijkheden ontnomen invulling te kunnen geven aan het eigen leven door zelf land toe te eigenen en letterlijk de vruchten te plukken van de eigen arbeid. Een mogelijkheid om recht te doen aan Locke’s voorbehoud zou zijn om iedere Engelsman een gelijk deel van het landoppervlak toe te kennen. Maar beter was Paine’s voorstel om het recht op de gemeenschappelijke natuur te herstellen door iedere Engelsman het recht te geven op een gelijk deel van de pachtopbrengsten van grond. Door de pachtopbrengsten van de totale hoeveelheid grond gelijk over de bevolking te verdelen, zou iedere Engelsman zelf de keuze kunnen maken met dat bedrag een stuk grond te pachten of het bedrag voor iets anders aan te wenden. Daarnaast is het veel eenvoudiger de pachtopbrengst van de grond gelijk over de bevolking te verdelen dan de fysieke grond zelf. Het basisinkomen dat Thomas Paine voor ogen had, was dus niet in de eerste plaats bedoeld om te voorzien in de basisbehoeften, maar om ieders recht te herstellen op toegang tot het gebruik van natuurlijke hulpbronnen zoals land. Tegenwoordig wordt een soortgelijk idee verkondigd door Thomas Pogge, die pleit voor een ‘global resources dividend’, hoewel het Pogge wel in de eerste plaats te doen is om het tegengaan van mondiale armoede.

Stel dat we in Nederland een basisinkomen zouden invoeren op milieugrondslag, over wat voor bedragen hebben we het dan? Allereerst het grondgebruik zelf: volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek bedroeg de waarde van grond in 2013 ongeveer 900 miljard euro. Bij een rente van 4 procent gaat het om baten van 36 miljard euro per jaar. Oftewel, ruim 2000 euro per persoon per jaar of 175 euro per maand. Een andere belangrijke natuurlijke hulpbron is de aardgasvoorraad. In 2013 bedroegen de inkomsten van de Nederlandse Staat uit aardgas meer dan € 15 miljard, oftewel zo’n 75 euro per maand per hoofd van de bevolking. Tenslotte kunnen daarbij de regulerende milieubelastingen worden opgeteld: belastingen die niet zijn bedoeld om uitgaven van de overheid te financieren, zoals de waterverontreinigingsheffing, maar vooral om het milieugebruik terug te dringen. Je zou het een pacht van de ‘milieugebruiksruimte’ kunnen noemen. De belangrijkste daarvan is de energiebelasting met een opbrengst van circa 5 miljard per jaar, oftewel 25 euro per maand per hoofd van de bevolking. Bij een serieuze belasting op CO2-uitstoot van 100 euro per ton zou daaraan nog eens 75 euro per maand kunnen worden toegevoegd. Kortom, een ‘milieubasisinkomen’ in de geest van Paine zou uitkomen op rond de 300 euro per maand. Onvoldoende om de sociale zekerheid te vervangen, maar het gaat hier dan ook om een recht en niet om solidariteit. Daarnaast zou zo een basisinkomen dat enkel uit milieugoederen wordt gefinancierd de belastingen op arbeid kunnen verminderen. Het is alleszins betaalbaar en zou marktverstoringen eerder opheffen dan ze zelf creëren.

Willen we het basisinkomen nog substantieel opkrikken, dan kunnen we de ‘natuurlijke hulpbronnen’ waarover we belasting heffen nog wat uitbreiden. John Locke en alle libertairen na hem, leggen een scherpe grens tussen het eigen lichaam en de natuurlijke hulpbronnen daarbuiten. Op het eigen lichaam heeft niemand aanspraak behalve diegene wiens lichaam het is. Maar volgens liberale filosofen zoals Ronald Dworkin zijn je talenten, je persoonlijk interne hulpbronnen, evenmin je eigen verdiensten en het gevolg van je eigen inspanningen als natuurlijke externe hulpbronnen. Dat jij een bepaald talent hebt, is puur het gevolg van een natuurlijke loterij. Het is volgens hen daarom alleszins redelijk om ook op die talenten, of tenminste op het inkomen dat met die talenten wordt gegenereerd, belasting te heffen. Wanneer die inkomsten gelijk over de bevolking zouden worden verdeeld, kan een basisinkomen worden opgetuigd dat ruim boven het sociaal minimum uitkomt (zie bijvoorbeeld voorstellen van Michael Otsuka en Philippe van Parijs). Maar dat staat dan in tegenstelling tot Thomas Paine’s basisinkomen wel open voor de verschillende kritiekpunten die tegenwoordig tegen het basisinkomen worden geuit, zoals dat het de arbeidsmarkt kan verstoren. Filosofisch belangrijker is de vraag of een onconditionele herverdeling van arbeidsinkomen, dat wil zeggen zonder toets aan de persoonlijke situatie van de ontvanger of een tegenprestatie te eisen, rechtvaardig is. Een dergelijk basisinkomen kan het verwijt krijgen dat het parasiteert op andermans inspanningen.

Save

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s