Filosofie

Van Zwarte Piet naar atletiek: Waarom de overheid de aanbevelingen van het VN-rapport over racisme en discriminatie serieus zou moeten nemen

Op vrijdag 31 augustus 2015 maakte het Committee on the Elimination of Racial Discrimination (CERD) van de Verenigde Naties haar rapport openbaar. Het CERD-rapport bevat een aantal aanbevelingen en deze mogen inmiddels grotendeels bekend zijn. Over Zwarte Piet zegt de commissie het volgende:

Considering that even a deeply-rooted cultural tradition does not justify discriminatory practices and stereotypes, the Committee recommends that the State party actively promote the elimination of those features of the character of Black Pete which reflect negative stereotypes and are experienced by many people of African descent as a vestige of slavery.

Door de – in mijn ogen terechte – ophef over het uiterlijk van Zwarte Piet lijken de andere aanbevelingen op de achtergrond te verdwijnen, terwijl ook daar een aantal belangrijke punten wordt aangeroerd, met name op het punt van het tegengaan van stereotypen. Het CERD noemt daarbij expliciet het gebruik van stereotypen in de media. Ironisch genoeg staat hiervan een duidelijk voorbeeld pal naast de berichtgeving over het CERD-rapport in de zaterdagkrant van NRC van 29 augustus. Het betreft een artikel over de gouden race van Dafne Schippers op de WK atletiek. Voor de mensen die het sportnieuws niet hebben gevolgd: als eerste Nederlandse atleet ooit behaalde Dafne Schippers een gouden medaille op de WK op de 200 meter sprint in een indrukwekkend snelle tijd van 20,63 seconden. Wat opvallend was aan haar prestatie is dat zij zich pas drie maanden terug op dit onderdeel specialiseerde. In het betreffende artikel wordt de reactie van haar internationale concurrentie besproken:

Gelukkig voor de nieuwe wereldkampioene ontbreekt die argwaan [over doping, ND] bij haar concurrenten, die voornamelijk uit Jamaica komen. Die lijden onder Schippers’ snelheid en hebben geweldig de pest in als zij worden verslagen door een blanke. Hoewel in de genetica nooit is bewezen dat zwarte vrouwen beter kunnen sprinten, vinden zij dat van zichzelf wel.

Hoewel deze passage op het eerste gezicht wellicht onschuldig lijkt, valt ook dit mijns inziens onder de stereotype berichtgeving die het CERD hekelt. Hoe is de betreffende journalist tot deze uitspraak gekomen? Heeft hij alle deelnemende zwarte vrouwen aan de WK geïnterviewd of in ieder geval de deelnemende sprintsters? Of slaat de uitspraak alleen op de drie Jamaicaanse vrouwen die in de finale door Schippers werden verslagen? Met deze uitspraak dicht de journalist een – slecht gedefinieerde – groep loopsters een opvatting toe die hen weinig sympathiek afschildert. Ook de rest van het artikel ademt de teneur van slechte verliezers, wat door de grove generalisering wordt toegeschreven aan de hele groep zwarte loopsters.

Terug naar het CERD-rapport. In de discussie rondom Zwarte Piet en de aanbevelingen van het CERD wijst minister-president Mark Rutte erop dat het uiterlijk van Zwarte Piet los gezien moet worden van de diepere discussie over racisme en discriminatie. Het uiterlijk van “het kereltje” Zwarte Piet is iets van de samenleving, waar de staat zich niet mee moet bemoeien:

Hoed je voor het land waarin de staat zich bemoeit met hoe een volkstraditie eruit ziet.

Hiermee zegt Mark Rutte eigenlijk twee dingen, een met betrekking tot de definitie en afbakening van het probleem en een met betrekking van de grenzen van de politiek. Bij beide zijn kritische kanttekeningen te plaatsen.

Het eerste betreft de erkenning van de aard en de ernst van de Zwarte Piet-discussie. Als liberaal wil Mark Rutte “neutraal” blijven in de discussie rondom Zwarte Piet. Nu is het voor een liberaal notoir lastig om een houding te vinden ten aanzien van discriminerende overtuigingen van anderen, omdat hier al snel spanning ontstaat tussen de eigen liberale ideologie en de mogelijk onliberale houding ten opzichte van een discriminerende ideologie. Door echter woorden te gebruiken als “het kereltje” en “Zwarte Piet is zwart en dat kan ik niet veranderen. Zo heet hij nu eenmaal ” kiest hij wel degelijk positie. Hiermee bagatelliseert hij de bezwaren van mensen die zich gediscrimineerd of gestereotypeerd voelen door de traditie. Juist in de afbakening van welke onderwerpen belangrijk zijn en welke niet, blijft hij niet neutraal, hoe graag hij dat zelf ook zou willen als liberaal staatsman.

Het tweede punt betreft de wijze waarop Mark Rutte de handelingsmogelijkheden van de overheid neerzet. Rutte suggereert dat er in de Zwarte Piet-discussie voor de overheid slechts twee opties zijn: ofwel niets doen, ofwel een totalitaire staat die verboden oplegt en daarmee ook een dominante ideologie. Dat laatste zou onliberaal zijn en dus voor Rutte een afgesloten weg. Dan resteert slechts de eerste weg. De commissie doet echter een groot aantal aanbevelingen, al dan niet gericht op de Zwarte Piet-discussie, die de regering makkelijk kan oppakken zonder daarbij een dominante ideologie op te leggen. Deze aanbevelingen variëren van het toevoegen van racistische motieven als een verzwarende omstandigheid bij geweld in het Wetboek van Strafrecht, het bieden van gratis rechtsbijstand aan mensen die slachtoffer zijn van racistische misdrijven, tot het ontwikkelen van publiek besef van discriminatie en de gevaren van stereotypering. Bij dit laatste noemt de commissie met name mensen die werkzaam zijn in het onderwijs of in het rechtssysteem en belast zijn met rechtshandhaving.

Ook wat de media betreft is er veel meer mogelijk dan een keuze tussen nietsdoen en een censuur van staatswege. De overheid zou bijvoorbeeld een gesprek kunnen initiëren met vertegenwoordigers van minderheidsgroeperingen en de verschillende ombudsfunctionarissen van (landelijke) kranten. Er zit een hoop ruimte tussen het volledig overlaten van anti-discriminatie aan de samenleving en het opleggen van een staatsideologie, waar Rutte als liberaal zo bang voor is. Het is te hopen dat de regering, en Mark Rutte in het bijzonder, haar weg in deze ruimte zal vinden.

Ter achtergrond

Voor mensen die menen dat de set aanbevelingen in het VN-rapport met betrekking tot de media spijkers op laag water zoeken is, raad ik de website Wit over Zwart over Wit aan, waarin ook beeldmateriaal is gebruikt van de succesvolle tentoonstelling Wit-over-Zwart van het Koninklijk Instituut van de Tropen in 1989. Ook het onderwerp sport kwam daarbij aan bod. De tentoonstelling toonde destijds overtuigend hoe prestaties van zwarte atleten in de media systematisch anders werden gepresenteerd dan prestaties van blanke atleten. Prestaties van zwarte atleten werden in de blanke pers stelselmatig afgedaan als gebaseerd op een genetisch voordeel. Blanke atleten die, ondanks de genetische achterstand, toch hoog eindigden zouden pas echt bewondering verdienen. Hoewel de journalist in het genoemde NRC-artikel zich niet schuldig maakt aan de stereotypering die destijds werd gehekeld in de Wit-over-Zwart tentoonstelling – sterker, hij betwijfelt expliciet het genetisch-voordeel argument – is er nog steeds sprake van stereotype berichtgeving omdat hij dit argument juist in de mond van een specifieke groep mensen legt.

Graag wijs ik ook op de eerdere bijdrage van mijn collega-blogger Catarina Dutilh Novaes over Zwarte Piet en de betekenis(sen) van racisme.

Een gedachte over “Van Zwarte Piet naar atletiek: Waarom de overheid de aanbevelingen van het VN-rapport over racisme en discriminatie serieus zou moeten nemen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s