Economie·Filosofie·Rechtvaardigheid

Democratie en kapitalisme, deel 2: Gaan democratie en kapitalisme wel samen?

Gastbijdrage door Jonathan Steinebach (student filosofie, Universiteit Utrecht)

Zonder kapitalisme geen democratie. Ook al lijken de meeste mensen het daar wel over eens te zijn, in deel 1 van dit essay heb ik betoogd dat de drie belangrijkste argumenten voor deze stelling, bij nader inzien minder overtuigend zijn dan op het eerste gezicht. Daarom moeten we nu de analyse een stap verder nemen, en vragen of er ook redenen zijn om te denken dat het kapitalisme de democratie kan ondermijnen.

We zien vaak dat juist door kapitalistische invloeden het functioneren van een democratie belemmerd wordt. Omkopingen en corruptie komen nog altijd veel voor, ook in West-Europa. Bovendien blijkt de invloed van geld door lobby’s en campagnebijdragen steeds opnieuw een belangrijke factor. Winstoogmerk en de volkswil zijn vaak moeilijk met elkaar in overeenstemming te brengen. Is dat een kwestie van ontoereikende wetgeving, of is er sprake van een inherente spanning tussen kapitalisme en democratie?

In dit artikel betoog ik dat dit laatste aan de hand is. Het doel is om te laten zien dat er aspecten van het kapitalisme zijn die altijd tot ondemocratische situaties zullen leiden. Dat doe ik door verschillende structurele problemen te noemen waar een kapitalistische democratie tegenaan loopt. Daarna som ik een aantal oplossingen op en beschouw die kritisch.

Ongerechtvaardigde machtsverschillen

Mensen met veel vermogen hebben op ongerechtvaardigde gronden meer invloed op de politieke besluitvorming. Dat gaat langs velerlei wegen. Hieronder noem ik invloed op de publieke opinie, directe invloed op het electoraat, directe invloed op de uitslag van stemmingen, invloed op de overtuigingen van wetgevers, invloed op toewijzing van ambten, invloed op de economie en invloed op de haalbaarheid van wetten.

Publieke opinie
Mensen met veel besteedbaar vermogen zijn beter in staat om bewust danwel onbewust de publieke opinie te sturen. In de eerste plaats komt dat doordat ze meer middelen hebben om campagne te voeren, advertentieruimte aan te schaffen en mensen in dienst te nemen. Wat ook opvalt is dat ze zich makkelijker kunnen informeren, omdat ze zich over het algemeen meer vrije tijd kunnen permitteren.  Op die manier kunnen rijke mensen zich van een legitieme bron van autoriteit bedienen, die ze te danken hebben aan een structureel voordeel.

Daarnaast zijn de meeste mediabedrijven privébezit van een klein aantal rijke mensen. Dit maakt de kans aanzienlijk groter dat de berichtgeving vanuit een kapitalistisch perspectief zal plaatsvinden en dat andere nieuwsbronnen meer in de marge belanden. De macht om de publieke opinie te sturen stelt iemand in staat om invloed uit te oefenen op verkiezingsuitslagen en op beleid van de zittende regering mits die zich iets van de publieke opinie aantrekt.

Stemgedrag
Een andere groep die door het kapitalisme een uitzonderlijke machtspositie krijgt, wordt gevormd door de werkgevers. Zij kunnen invloed uitoefenen op het stemgedrag van hun personeel. In theorie zouden ze werknemers kunnen dwingen een bepaalde stem uit te brengen door met ontslag of andere sancties te dreigen. Dit komt in de praktijk gelukkig niet voor. Het lijkt ook onwaarschijnlijk dat werkgevers de werkdruk zullen verhogen rondom de verkiezingen om op die manier werkers bij de stembus weg te houden. Toch zijn er historisch gezien wel voorbeelden van bevoorrechte groepen die anderen het stemmen moeilijk maakten, zoals de onderdrukking van vooral zwarte stemmers in de VS. Het meest zorgelijke is echter dat zelfs als de bazen zich niet inspannen om het stemgedrag van hun minderen te beïnvloeden, die mogelijkerwijs alsnog gemotiveerd worden om een stem uit te brengen waar ze eigenlijk niet achter staan uit angst dat hun bedrijf zal krimpen of verplaatst zal worden naar een ander land.

Smeergeld en netwerk
Rijke mensen kunnen politici smeergeld aanbieden. Van de bezwaren die een democraat tegen het kapitalisme kan inbrengen is dit zeker niet de sterkste, omdat de wet dit in de meeste moderne democratieën verbiedt. Al kan omkoping subtiele vormen aannemen die de mazen in de wet uitbuiten, zelfs dan is corruptie niet de meest onoverkomelijke dreiging die het kapitalisme aan de democratie presenteert. Toch moet het worden genoemd omdat het wel nog steeds op grote schaal gebeurt en omdat het vrijwel uitsluitend mensen zijn die de vruchten van het kapitalisme plukken die er überhaupt toe in staat zijn. Zelfs als het één op de honderd keer lukt, is het een macht die zij wel hebben en modale burgers niet.

Kapitaalbezitters kunnen zich makkelijker toegang verschaffen tot het netwerk van de wetgevers dan andere burgers. Door giften, campagnesponsoring, geschenken of gunsten kunnen ze in de gratie komen bij parlementariërs. Dit hoeft niet te betekenen dat de volksvertegenwoordiger in hun voordeel zal stemmen, maar als ze op die manier meer gehoord zijn brengt dit ze al op voorsprong ten opzichte van minder kapitaalkrachtige burgers. Een vrij drastische oplossing zou zijn om al zulke materiële transacties te verbieden, maar dat lost niet alles op. Rijke mensen hebben namelijk meer geld beschikbaar om lobbyisten te mobiliseren. Dat is nauwelijks te verbieden omdat er communicatie plaats moet kunnen vinden tussen belanghebbenden en vertegenwoordigers. Ook wanneer iemand een adviesorgaan wil beginnen of een wetenschappelijk onderzoek wil laten doen, zal dat makkelijker gaan met een comfortabele hoeveelheid startkapitaal. Daarnaast is de kans over het algemeen groter dat mensen met een groot belang in het kapitalisme zich in hetzelfde milieu zullen bevinden als wetgevers.

Milieu’s en netwerken verschaffen ook invloed op de toewijzing van belangrijke ambten. Het belang van een sterk netwerk is moeilijk te overschatten. Bij gelijke (of waarschijnlijker: moeilijk te vergelijken) kwalificaties kan het feit dat een van de kandidaten een bekend gezicht is de doorslag geven. In zo’n geval hoeft er geen sprake te zijn van nepotisme, maar zal het netwerk precies dat kleine beetje extra zijn waarmee iemand zich kan onderscheiden. Daarnaast staan (dure, exclusieve) privéscholen vaak net wat beter op een CV dan publieke scholen, zelfs wanneer de kwaliteit van het onderwijs hetzelfde is.

Beleid
Wanneer de economie achteruitgaat, verslechtert dit de populariteit van de zittende regering. Daarnaast is de staat voor haar inkomsten afhankelijk van belasting, dus betekent een sterke economie meer ruimte voor overheidsuitgaven. Om die redenen is het in het belang van de staat om economische groei te bevorderen. In een kapitalistisch bestel betekent dit dat maatregelen ten gunste van kapitalisten geboden zijn. Op zich is het vanzelfsprekend dat het economisch beleid zich aansluit op de manier waarop de economie is ingericht, maar dit gegeven is een overweging die mee dient te worden genomen in de keuze voor een democratische economie. We moeten ons afvragen of er een economisch systeem is dat niet één groep bevoordeelt. Een ander gevolg is dat er situaties zijn waarin de staat blijft zitten met de externaliteiten van privaat wanbeleid, zoals is gebeurd in de nasleep van de kredietcrisis in 2008.

De mensen die een bedrijf besturen zijn, tot slot, in staat om beleid laten mislukken. Wanneer een overheid bijvoorbeeld het minimumloon wil verhogen, kunnen bedrijven om te voorkomen dat de winst daalt werknemers ontslaan, of arbeid outsourcen naar een land met een lager (of geen) minimumloon. Hierdoor gaat niet alleen de economie in het eerstgenoemde land achteruit, het beleid heeft verder ook niet het beoogde effect gehad van een verbeterde positie voor de minst verdienenden.

Mogelijke hervormingen

We zien dat het kapitalisme op uiteenlopende manieren bepaalde groepen beter in staat stelt zich te laten representeren dan andere. Ik denk dat de meeste lezers het met me eens zullen zijn dat deze ongelijkheid niet democratisch is. Desondanks besef ik dat het mogelijk is om deze tendensen te erkennen zonder ze problematisch te achten voor een rechtvaardige democratie; sommige mensen zien de uitkomst van marktwerking a priori als een rechtvaardig resultaat. Voor die lezers die er wel van zijn overtuigd dat democratische besluitvorming bemoeilijkt wordt door de kapitalistische economie wil ik nu een paar overwegingen geven over eventuele maatregelen om de democratie te versterken.

Eén manier om de ongelijkheid te verkleinen is het versterken van de democratische positie van de gewone burgers. Competitieve politiek is niet de enige manier om een democratie te realiseren. Een voor de hand liggende methode is het instellen van een directe democratie. Op deze vorm van beslissen is een hoop aan te merken, zeker in deze tijd van zeer ingewikkelde wetgeving en ongekend grote bevolkingen, maar het is wel een zekere manier om de inspraak van de burger te vergroten.

Een subtielere manier om dit te doen is het volk niet alleen vertegenwoordigers aan te laten stellen om bepaalde doelstellingen te bereiken, maar ook om nadrukkelijk te stemmen over welke doelstelligen dienen te worden nagestreefd. Hiermee wordt de invloed van het volk op de beleidsmakers groter en wordt tegelijkertijd mogelijk om waarden vast te stellen binnen het kapitalisme los van hun economische haalbaarheid. Dit is echter nog steeds geen mogelijkheid voor burgers om de gekozen bestuurders, eenmaal verkozen, te controleren. Daarnaast doet dit niets om de macht van kapitaalbezitters te beperken.

Een mogelijkheid daartoe zou zijn het vergroten van de discretionaire bevoegdheid van de staat in private bedrijven. Het zou behoorlijk wat uitmaken wanneer de overheid direct kon ingrijpen in een bedrijf wanneer dat nodig is voor het doorvoeren van beleid, maar zulke maatregelen zouden op grote weerstand stuiten en, ironisch genoeg, tot een enorme uitvlucht naar het buitenland leiden.

Bedrijven intern democratisch inrichten levert waarschijnlijk ook een verbetering op omdat de hoeveelheid en diversiteit van de mensen die de koers van een bedrijf bepaalt toeneemt, maar het feit blijft dat een groter bedrijf meer macht heeft over de koers van een samenleving. Verder is er geen makkelijke manier om bedrijven naar deze organisatiestructuur over te laten stappen en is het niet eens duidelijk of zulke bedrijven de concurrentie met traditionele hiërarchische bedrijven wel aankunnen.

Dat bepaalde mensen door het kapitalisme een disproportioneel aandeel in de macht hebben, lijkt nu moeilijk te ontkennen. Of deze onbalans ook onrechtvaardig is, is omstredener en hangt af van het uitgangspunt van de lezer. De grootste uitdaging is uiteindelijk het vinden van een levensvatbaar alternatief. Het ziet ernaar uit dat het kapitalisme het slechtste economische systeem is, behalve alle andere die we tot nu toe gekend hebben.

Save

Save

Save

2 gedachten over “Democratie en kapitalisme, deel 2: Gaan democratie en kapitalisme wel samen?

  1. Beste Jonathan,

    dank voor het heldere betoog. In je conclusie doe je een aantal voorstellen ter vermindering van de beschreven onbalans tussen bepaalde groepen in een kapitalistische democratie. Enkele daarvan zijn grofgezegd mechanismen uit een directe democratie ala het Zwitserse model. Alleen ik zie niet helemaal hoe deze maatregelen de onbalans wegnemen, in die zin dat de ‘kapitalistisch bevoordeelde groepen’ dan ook van deze extra inspraak gebruik kunnen maken, en ook hier hun geldelijke macht kunnen aanwenden.

    Vriendelijke groet,

    Jeroen.

    Like

    1. Beste Jeroen,

      Bedankt voor je reactie. De wijze waarop directe democratie de positie van de ‘gewone burger’ verbetert, wordt inderdaad niet geheel duidelijk uit mijn stuk. Ik stel me voor dat in een directe democratie een aantal van de manieren waarop vermogen de besluitvorming beïnvloedt minder effectief worden. Als het hele volk mag meebeslissen wordt omkopen bijvoorbeeld moeilijker en netwerk minder belangrijk. Bovendien hoeven de stemmers in een directe democratie zich geen zorgen te maken over verkiezingen, dus zijn ze in staat om economisch ongunstig beleid te voeren als ze denken dat dat andere voordelen oplevert.

      Deze oplossing is om verschillende redenen natuurlijk onvolledig: in een directe democratie zal geld op andere manieren een rol gaan spelen en bovendien is het stemgedrag van burgers ook aan economische prikkels onderhevig. Over de voors en tegens van directe democratie is überhaupt een hoop interessants te zeggen.

      Vriendelijke groet,

      Jonathan

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s