Ethiek·Onderwijs·Wetenschap

Mijnheer Duisenberg, echte wetenschap is helemaal niet links!

– Door Dascha Düring, promovenda aan de Universiteit Utrecht – 

Vorige week heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen waarin de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen gevraagd wordt onderzoek te doen naar de vraag of ‘zelfcensuur en beperking van diversiteit van perspectieven in de wetenschap in Nederland een rol spelen’ – een vraag, die snel (terug)veranderde in het beter bekkende ‘Heeft de Nederlandse universiteit een linkse bias?’ Een vervelende gedachte natuurlijk; hebben we nóg een bias erbij. Geen wonder dat in verschillende media stukken zijn verschenen die de motie ondersteunen, en stellen dat we inderdaad snel stappen moeten nemen om te zorgen dat de ‘diversiteit van perspectieven’ beter gerepresenteerd wordt in de Nederlandse academie.

Dit is alleen precies de verkeerde reactie. Ten eerste kunnen we bevragen of er inderdaad reden is om te denken dat Nederlandse wetenschappers overwegend links zijn. En ook als dat zo is dan betekent dat nog helemaal niet dat hun onderzoek en onderwijs politiek gekleurd zijn. Maar zelfs als het klopt dat er linkse ideologie in universitair onderzoek en onderwijs verstopt zit, dan moeten we dat niet proberen te compenseren door meer rechtse dogmata te introduceren. Want een echte wetenschapper is noch rechts, noch links. Een echte wetenschapper is een onderzoeker en een leraar, en geen ideoloog. En dat Duisenberg dat verschil niet ziet zegt meer over hem dan over de universiteit.

Bestaat er wel een ‘linkse’ bias?

Duisenberg’s voorstel komt vast voort uit goede intenties, en hetzelfde geldt waarschijnlijk voor velen die zijn motie steunen. Op ThePostOnline legt hij uit dat hij vreest voor onderdrukking van andersdenkenden, voor ‘zelfcensuur, eenzijdigheid en uiteindelijk tot afname van de geloofwaardigheid en de autoriteit van door de wetenschap geproduceerde kennis’. En als het klopt dat er op systematische wijze in universitair onderzoek en onderwijs op ideologische gronden bepaalde perspectieven worden buitengesloten of onderdrukt, dan is dat absoluut gegronde reden om actie te ondernemen.

Maar voordat we beginnen met nadenken over dit soort oplossingen moeten we ons afvragen of er voldoende grond is om aan te nemen dat er überhaupt een probleem bestaat. Dat vind ik niet vanzelfsprekend. Het onderzoek van onder andere Jonathan Haidt, waar Duisenberg zich op baseert, betreft sociaalpsychologen, en het is niet direct duidelijk dat deze resultaten op het volledige spectrum van wetenschappers van toepassing zijn. Daarnaast is het een Amerikaans onderzoek, dat niet over links vs. rechts gaat maar over liberaal vs. conservatief – en die twee vallen zeker niet samen. Stel je voor: Hillary Clinton als lijsttrekker van de SP… Een ander punt is dat ‘links’ en ‘rechts’ niet bepaald categorisch onderscheiden begrippen zijn; heel veel kiezers die bijvoorbeeld op economische vraagstukken naar links neigen zitten op migratiekwesties eerder op de rechterhand, en vice versa. In het licht van deze overwegingen bracht StukRoodVlees op basis van de reeds beschikbare data preliminair in kaart hoe ‘links’ wij kunnen verwachten dat Nederlandse wetenschappers zijn. De uitkomst? Verschilt per vakgebied en per specifieke kwestie, maar over het algemeen lijkt de hang naar links vrij minimaal.

Worden ‘rechtse’ invloeden gecensureerd?

Maar zelfs als we aannemen dat het wel zo is dat Nederlandse wetenschappers inderdaad overwegend ‘linkse’ overtuigingen hebben, betekent dit dan dat ze ‘rechtse’ invloeden in onderzoek en onderwijs censureren? Duisenberg lijkt daar zelf vanuit te gaan. Hij verwijst als grond naar het voorbeeld van een ‘rechtse’ wetenschapper die hoewel hij ‘een zeer positieve beoordeling kreeg op relevantie en haalbaarheid’, van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) geen geld ontving en daardoor werd gedwongen zijn carrière over een andere boeg te gooien. Laat dat voorbeeld nou net heel ongelukkig gekozen zijn. Van alle bij NWO ingediende voorstellen wordt überhaupt maar rond de 7 procent, soms zelfs minder, gehonoreerd – en daarbij vallen enorm veel voorstellen die als relevant, haalbaar, én wetenschappelijk-kwalitatief hoogstaand beoordeeld worden af. Voor veel goede ideeën voor onderzoek is gewoon geen geld. Dit is niet de plaats om daarover te zeuren, en misschien moet dan sowieso niet, maar het zal toch zeker niet zo zijn dat de politiek nu de universiteit verwijt dat ze niet al het onderzoek financiert dat mogelijk waardevol zou kunnen zijn. Maar nog los van deze specifieke casus die de plank een beetje misslaat, is het betwijfelbaar of er nu echt goede redenen zijn om te denken dat er systematisch censuur gepleegd wordt. Tenminste is dat, als je naar de literatuur kijkt die gelezen wordt bij de gemiddelde filosofieopleiding in Nederland, heus niet direct evident. Sterker nog: ik kan me voorstellen dat studenten in Utrecht, na eindeloos veel Hobbes, Locke, en Kant bestudeerd te hebben, blij zijn een keertje aan de slag te mogen met Marx. Maar dat verschilt natuurlijk ook per opleiding, en daarin heeft iedere stad zo zijn eigen profiel – en verwijs ik de lezer bovendien graag verder naar het stuk van Sem De Maagt over dit onderwerp en de discussie die daarop volgde.

Hebben we behoefte aan meer ‘rechtse’ denkbeelden in de wetenschap?

Maar goed, laten we for the sake of argument even aannemen dat ook dit toch problematisch blijkt te zijn. Dus dat én Nederlandse wetenschappers overwegend links zijn, én dat ze rechtse initiatieven aan banden leggen of zelfs uitsluiten. Moeten we dan zorgen dat de diversiteit van perspectieven beter gepresenteerd wordt? Dat wil zeggen, het teveel aan linkse ideologie compenseren door meer rechtse denkbeelden in onderzoek en onderwijs te introduceren? Mijn antwoord, dat ik van Max Weber leen, is een keiharde en onvoorwaardelijke NEE.

In 1917, precies honderd jaar geleden, hield Weber een lezing voor een studentenpubliek in München. In deze lezing, getiteld ‘Wetenschap als beroep en roeping’, neemt Weber hard afstand van de universitair docent die zijn politieke overtuigingen meeneemt de collegezaal in. ‘Profeten en demagogen horen niet thuis op de katheder’, stelt Weber, ‘de echte leraar zal ervoor waken vanaf het spreekgestoelte de toehoorders een of andere houding op te dringen, hetzij direct, hetzij door suggestie’. Eén van de voornaamste redenen die hij hiervoor geeft is dat de universiteit als taak heeft studenten te leren zelf te denken: zij reikt studenten materiaal aan, ideeën van anderen die in mindere of meerdere mate historisch relevant geweest zijn, en helpt ze aan de hand van maar ook óver dit materiaal denkbeelden te vormen, daarmee te spelen, deze op hun waarde te evalueren en kritisch te beschouwen. Of in andere woorden, de universiteit leert studenten om in termen van argumenten te denken.

Een argument is iets volstrekt anders dan een feit, of een mening. Het is iets anders dan een feit in de zin dat het geen objectief gegeven is. En het is iets anders dan een mening in de zin dat het geen subjectief gegeven is. Een argument is normatief, dat wil zeggen: het is een reden of redenering die overtuigingskracht zou moeten hebben voor iedereen. En hoewel feiten in de universiteit belangrijk of bij sommige vakgebieden zelfs het centrale aandachtspunt vormen, zijn meningen dat niet. Docenten die hun eigen mening een rol geven in hun colleges, staan daar niet als leraar maar als demagoog. En dat mogen ze best zijn op de spreekwoordelijke zeepkist op het marktplein, maar absoluut niet in de collegezaal. En als het zo is dat er wel Nederlandse wetenschappers zijn die als demagoog en niet als leraar voor de klas staan, dan moeten ze op het matje worden geroepen – of ze nu links, rechts, of recht door zee zijn.

En dát is dan wellicht het meest fundamentele probleem met het voorstel Duisenberg. Hij ziet het verschil tussen meningen en argumenten niet, of wil dat niet zien. Dit is duidelijk als hij schrijft ‘dat het [universitaire onderzoek/onderwijs] nooit helemaal objectief wordt spreekt voor zich. Ons denken is nu eenmaal per definitie subjectief’. Daarmee suggereert hij dat wat tenminste de geesteswetenschappen doen, maar mogelijkerwijs de wetenschap als zodanig, is studenten ingewikkelde meningen voor te schotelen. En aangezien hij vreest dat er grotendeels linkse meningen in het spel zijn, er dus meer rechtse meningen geïntroduceerd moeten worden.

Dat vind ik niet alleen een belediging aan het adres van docenten die jaar in, jaar uit, met studenten teksten bestuderen die ze soms interessant, soms tenenkrommend vinden. Het is ook een belediging aan het adres van de studenten. Alsof die naar de universiteit komen om eens lekker de mening van een ander te leren overnemen. Alsof die geen Locke kunnen lezen zonder direct Lockeaan te worden, of een lezing over Marx bij te wonen zonder  direct Marxist te worden. We kunnen wel iets meer autonomie verwachten van de Nederlandse studenten dan dat. En als mijnheer Duisenberg daar zelf een probleem ervaart dan nodig ik hem van harte uit – en dat bedoel ik niet retorisch – om aan te sluiten bij enkele van onze colleges aan de universiteit.

10 gedachten over “Mijnheer Duisenberg, echte wetenschap is helemaal niet links!

  1. Maar wacht even, Duisenberg zegt volgens mij helemaal niet dat linkse denkbeelden gecompenseerd moeten worden door het introduceren van rechtse denkbeelden, tenminste niet in het TPO-stukje waarnaar verwezen wordt (en al helemaal niet in de bewuste motie). Het voorstel is om onderzoek te doen naar mate waarin een te grote homogeniteit van politieke opvattingen leidt tot zelfcensuur en uitsluiting van mogelijke perspectieven. Vraag twee is dan wat daar aan gedaan zou moeten worden, als dat zo zou blijken te zijn. Daar doet hij vooralsnog geen voorstellen toe.

    Nu voel ik zelf veel voor de suggestie die Dirk Bezemer doet in de Groene Amsterdammer: dat er klaarblijkelijk zo weinig VVD’ers (laat staan PVV’ers…) in de wetenschap te vinden zijn, heeft er vooral mee te maken dat ‘links’ in Nederland op dit moment de minst onverstandige dingen zegt. Maar volgens mij heeft Duisenberg gewoon gelijk als hij stelt dat wetenschap, in het bijzonder de sociale wetenschap, nooit volledig objectief kan zijn. De niet-retorische suggestie om dan maar eens een keer mee te draaien is in dat opzicht ook misplaatst (wat zou dat in hemelsnaam bewijzen?) en op onbehulpzame wijze neerbuigend.

    Liked by 1 persoon

    1. Beste Niels,

      dank voor je reactie. Twee punten:

      Je zou Duisenberg’s uitspraak over objectief en subjectief inderdaad ook kunnen interpreteren alsof hij wil zeggen dat de sociale- en mogelijk geesteswetenschappen werken met perspectieven die nooit subject-onafhankelijk te begrijpen zijn; dat er altijd een subjectieve basis ten grondslag ligt aan onze overtuigingen etc., en dat we daarom geen objectiviteit kunnen veronderstellen op dat vlak. Daar zou ik me volledig achter scharen. Maar zo lijkt hij dit niet te bedoelen. Duisenberg heeft het expliciet over POLITIEKE homogeniteit, die ervoor zorgt ‘dat de informatie die op ons afkomt selectief is’ en die een product is van het blijkbaar gebrekkige diversiteitsbeleid van de minister. Het gebruik van ‘subjectief’ in deze context lijkt dus niet in algemene zin iets te willen zeggen over een noodzakelijk in het subject gegrond-zijn van praktische perspectieven, maar over een schijnbaar onvermijdelijke ideologische bias in de wetenschap. Dat Duisenberg en Bussemaker vervolgens ruzie krijgen over de vraag of de Verzuiling er al dan niet voor heeft gezorgd dat in de Nederlandse universiteit de diversiteit goed gewaarborgd is vind ik veelzeggend en anticipeert wel degelijk compensatie als mogelijke oplossing – en dat doen de verwijzingen naar het paper van Haidt en de daarop volgende discussie ook. (overigens is de minister natuurlijk even schuldig aan wat ik hier als probleem bestempel als Duisenberg) Zie ook: http://www.scienceguide.nl/201701/vvd-wil-onderzoek-politieke-voorkeur-wetenschappers.aspx

      Over Bezemer: ik denk dat hij een andere vraag bespreekt dan ik hier, en zijn suggestie dus ook van een andere orde is. Bezemer heeft het over specifiek stemgedrag, en niet over partij-onafhankelijke politieke overtuigingen. En daarin heeft hij wellicht gelijk in de stelling dat de huidige rechtse partijen die Nederland te bieden heeft zodanig populistisch geworden zijn dat daar zelfs voor de politiek naar rechts neigende wetenschappers niet veel meer te halen valt. Maar dat zegt nog niets over hoe zulke wetenschappers hun politiek-ideologische overtuigingen al dan niet in onderzoek en onderwijs naar voren brengen. In dat laatste zit mijns inziens de angel van het hele verhaal, en daar heb ik dus geprobeerd plausibel te maken überhaupt aan te nemen dat zulke overtuigingen in goede wetenschap thuishoren.

      groet,

      Dascha

      Like

      1. Die laatste zin is natuurlijk incompleet, daar moest staan: ‘heb ik dus geprobeerd plausibel te maken dat het problematisch is om überhaupt aan te nemen dat zulke overtuigingen in goede wetenschap thuishoren’.

        Like

      2. Ok, dus als ik het goed begrijp, ben je sceptisch ten aanzien van het idee van politieke homogeniteit in de wetenschap. Ik niet, het lijkt mij bijvoorbeeld niet implausibel om te veronderstellen dat het academische klimaat van de Sovjet-Unie een zekere bias vertoonde wat betreft de rol en betekenis van marxisme. En ik denk dat het niet bij voorbaat zinloos is om daar onderzoek naar te doen (ik zou wel benieuwd zijn naar de methodologie). Mijn verwijzing naar het stukje van Bezemer was om aan te geven dat ik denk dat het allemaal wel meevalt met die ‘linkse bias’ in Nederland op dit moment, maar ik ben niet bang voor een onderzoek daarnaar (hoewel ik de achterliggende populistische suggestie dat wetenschappers een linkse kliek vormen wel heel onsmakelijk vind, maar dat terzijde).

        Ik denk dat je terecht de aandacht vestigt op de vraag wat we eigenlijk onder politieke diversiteit moeten verstaan. Het is bijvoorbeeld een interessante vraag dat concept zich verhoudt tot discussies over diversiteit wat betreft gender en etniciteit. En als Duisenberg zou beweren dat er sprake is van een ‘schijnbaar onvermijdelijke ideologische bias’, zou dat inderdaad reden zijn om daar kritisch naar te kijken. Het lijkt me inderdaad niet vruchtbaar om te doen alsof politieke gezindheid in steen gebeiteld is. Maar dat zegt hij volgens mij ook helemaal niet. Hij zegt alleen, net als jij trouwens op het einde van je reactie, dat een bevooroordeeld academisch klimaat in strijd is met goede wetenschap. Dat kan je flauw vinden, maar daar hebben we het hier mee te doen.

        In de discussie onder het stuk van Sem de Maagt dat je aanhaalt, wierp iemand de vraag op of het niet soms beter is om de discussie helemaal niet aan te gaan. Ik vraag me dat ook af; deze motie is duidelijk bedoeld als verkiezingsstuntje en door er allemaal als sullige Rottweilers op aan te slaan, laten we de populisten het frame dicteren. Als je er dan toch op in wil gaan, lijkt het me heel belangrijk om precies te zijn in je reactie; om die veelgeroemde academische deugden te tonen. Het gaat dan niet aan om te speculeren wat iemand ‘lijkt te bedoelen’.

        Liked by 2 people

  2. Ik denk dat wij daar misschien dan echt een ander perspectief op hebben. Natuurlijk ben ik met je eens dat het niet noodzakelijk en waarschijnlijk ook niet wenselijk is te springen op elke opmerkingen die een figuur als, ik noem maar iemand, Thierry Baudet ontvalt. Maar precies in deze kwestie vrees ik dat het riskant is om de boel volledig te laten lopen: DAN lopen we pas de kans dat de populisten het frame dicteren, zoals jij het zegt. En worst case scenario houdt dat frame iets in als uit de zak van de belastingbetaler linkse hobbies uitoefenen.

    Ik begrijp niet wat je bedoelt met de suggestie dat ik speculeer. Speculatie lijkt me nog steeds iets heel anders dat het naar de oppervlakte halen van impliciete vooronderstellingen, niet?

    Like

  3. We halen in deze discussie allemaal dingen door elkaar. Het argument van Duisenberg en ik is niet dat we linkse bias zouden moeten compenseren met meer rechtse bias. Ik zeg daarom ook in mijn NRC stuk dat het niet erg is dat de meeste wetenschappers eerder naar links neigen relatief aan de algemene bevolking. We moeten ook zeker niet proberen beleidsmatig ‘in te grijpen’ en politiek te sturen. Volgens mij staat Duisenberg hier herzelfde in. Het probleem is bias in het algemeen — en links politieke bias is een categorie van bias waarover binnen de wetenschap weinig wordt nagedacht. Deze hele discussie is dus alleen een oproep tot meer zelfreflectie in de academische wereld over het gevaar van politiek vooroordelen, kuddegedrag en provincialisme. Het is geen rechtse aanval op links in een poging de universiteit rechtser te maken. Het verbaast me dat veel van mijn critici dat er blijkbaar in lezen. Het is ook jammer dat niemand met een uitgesproken links profiel de roep om deze vorm van reflectie heeft aangemoedigd. Reflectie op vooroordelen is gewoon goed voor de wetenschap in het algemeen.

    Like

    1. Beste Eric,

      het zou kunnen dat de standpunten uiteindelijk niet zo ver uit elkaar liggen; áls er inderdaad sprake is van ‘politiek vooroordelen, kuddegedrag en provincialisme’ in de wetenschap dan is een oproep tot meer zelfreflectie wel het minste dat we kunnen doen. Maar je springt nu enigszins heen over het centrale punt dat ik in dit stuk wilde maken; dat er principiële problemen zijn met het idee van vooroordelen en wetenschap als koppel als zodanig, en niet zozeer met ‘politieke homogeniteit’ en studenten die we door een ‘over-ideologisch curriculum’ werken – zoals jij het in je NRC stuk stelt.

      Ik ben het volledig eens dat het in deze, zoals in de meeste discussies, belangrijk is de relevante zaken uit elkaar te halen. Maar ik zou juist denken dat bovenstaande één van de belangrijkste onderscheidingen is die hier een rol zou moeten spelen.

      Maar misschien zou je juist daaraan willen twijfelen? Hoort politieke ideologie thuis in onderzoek en onderwijs?

      Groet, Dascha

      Like

      1. Als reactie op dat centrale punt omtrent vooroordelen en wetenschap:

        Vooroordelen en ideologie zijn onwetenschappelijk (tenminste naar mijn definitie). Daar zijn we het dus over eens geloof ik. Maar vervolgens zijn wetenschappers ook gewoon mensen met een bepaalde levenservaring en wereldbeeld. Als we conclusies trekken uit data of een fenomeen interpreteren, is het moeilijk voor ons om te zien wat daaraan objectief waar is versus wat voortvloeit uit ons algemene wereldbeeld en politieke kleuring. Het laatste lijkt immers (voor ons) even objectief waar. Maar het verschil is dat als iemand het tweede bekritiseert, we niet terug kunnen slaan met rationele argumenten en wetenschappelijke bewijzen. Als Socrates langskomt staan we met onze mond vol tanden.

        Maar hij komt niet langs. En zeker binnen een relatief homogene intellectuele omgeving wordt het moeilijk om te herkennen wat aan onze conclusies baseert op buiten-wetenschappelijke waarden en ideeën. Omdat ik verder van de dominante politieke ideologie binnen de academische wereld afsta (als conservatief) en überhaupt van grotere afstand kijk (ik onderzoek een niet-democratisch regime), kan ik misschien beter de blind spots van de westerse universiteit zien dan de gemiddelde wetenschapper. Ik kan bijv. zien dat postkolonialisme, cultural studies en gender studies vol ideologie en onwaarheid zitten (hoewel er velen zijn die dat even hard kunnen zien, trouwens).

        Maar er zijn ook dingen die misschien meer verrassen. Wist je bijv. dat de sociale wetenschappen als geheel bouwen op de westerse cultuur en dat een Chinees uit de Volksrepubliek die een goed sociaal wetenschapper wilt worden, eerst een stukje moet verwesteren? Ja echt waar. Bijvoorbeeld: sociale wetenschappen zoals die als praktijk bedreven worden op westerse universiteiten, zetten discussie centraal. Maar discussie is al iets westers dat niet goed past in de hiërarchische en ‘harmonieuze’ Chinese cultuur waarbij kritiek en conflict indirect gecommuniceerd moeten worden. Dat zijn dingen die je van binnenuit niet goed kunt zien.

        Van buitenaf zie je dat de sociale wetenschappen een uitvloeisel zijn van een westerse, democratische cultuur en dat de westerse universiteiten binnen dat democratische spectrum vervolgens weer voornamelijk in het links-liberale gebied vallen. De wereld daarbuiten is erg groot. We hoeven niet tot relativisme te vervallen. Maar we moeten wel de strijd aangaan met ons eigen provincialisme. Goede wetenschap is namelijk niet alleen rationeel maar ook kosmopolitisch. Waarom? Omdat de kosmopoliet zijn eigen plaatsbepaaldheid beter van universele waarheid kan onderscheiden dan de provinciaal.

        Like

  4. Oh en trouwens Dascha, ik zag dat je Weber citeerde en ik geloof dat je zijn idee van de fact-value distinction aanhaalt. Klopt dat? Als dat zo is, raad ik je aan om het eerste deel van Natural Right and History van Leo Strauss te lezen. Daarin wordt aangetoond dat Webers fact-value distinction en daarmee zijn filosofische fundament en dat van veel van de moderne sociale wetenschappen, niet houdbaar is. Weber is geweldig verder hoor. Maar ik denk dat het wel handig zou zijn als de sociologie zou zien dat hun vermeende fundament, op los zand is gebouwd.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s