Bij Nader Inzien

Over #MeToo gesproken

Door Maureen Sie (hoogleraar Philosophy of Moral Agency, Universiteit van Tilburg)

#Metoo: de discussie

Afgelopen maand gaf feministe van het eerste uur Fay Weldon in het Volkrantmagazine haar ongezouten commentaar op de #metoo campagne die de afgelopen weken de wereld overging. Als één van de velen, want er zijn er weinig die er het zwijgen toe doen. Ook aan mijn eigen universiteit ontstond een klein relletje omdat een emeritus hoogleraar het nodig vond een column te wijden aan de #metoo campagne, een sneue column die een boel mensen, waaronder ondergetekende, in het verkeerde keelgat schoot. En ook dat akkefietje is er ongetwijfeld één in een rij van velen. Een hoop mensen heeft er inmiddels de buik vol van, van de #metoo. Zij vrezen dat we afstevenen op een verstikkend klimaat van politieke correctheid en/of komen in de weer tegen ‘trial by media.’ Anderen laten weten niet zo gediend te zijn van het slachtofferschap dat uit de #metoo campagne spreekt. Maar er zijn ook mensen die menen dat de #metoo campagne revolutionair is en ik hoop dat deze laatsten gelijk hebben.

Omdat het me treurig stemt dat zoveel mensen elkaar niet lijken te verstaan in deze discussie, wil ik kijken of ik er wat zinnigs aan toe kan voegen vanuit mijn filosofische werk over het belang van morele sentimenten in het morele domein. Dat wil zeggen, over het belang van morele verontwaardiging, het maken van verwijten en het elkaar verantwoordelijk houden voor gedrag. Wat ik met name wil laten zien is (1) hoe de #metoo campagne begrepen kan worden als een poging om trial by media en een klimaat van verstikkende politieke correctheid in de seksuele omgang met elkaar overbodig te maken en (2) dat je vanuit die visie bezien, goed kan bepalen hoe je wel en hoe je niet de dialoog kan zoeken wanneer je de negatieve kanten van de #metoo campagne aan de orde wil stellen.

#MeToo en de filosofie

In de filosofische discussie waar ik me al een tijdje mee bezig houd, wordt veel aandacht gewijd aan de vraag of we wel ooit moreel verantwoordelijk gehouden kunnen worden voor wat we doen. Die discussie wordt gevoerd naar aanleiding van het idee dat alles in dit ondermaanse ‘uitputtend bepaald is door wat eraan voorafging’ en de vraag of dat idee wel ruimte laat voor de menselijke vrijheid. Een hoop filosofen, zogenaamde compatibilisten, denkt dat dit zo is, maar alleen onder bepaalde voorwaarden (wat die voorwaarden precies zijn is onderwerp van veel discussie). Een aantal andere filosofen richt zich meer op de sociale functie van het elkaar moreel verantwoordelijk houden. Zij beargumenteren dat dit onder meer waardevol is vanwege de communicatieve en coördinerende functie ervan in onze alledaagse praktijken, dat het ons helpt aan de normen en waarden van onze samenleving te voldoen. Doordat we zeer gevoelig zijn voor morele afkeuring en goedkeuring, functioneren morele sentimenten, zoals verontwaardiging, als voortdurende aanmoediging ons goed te gedragen en helpen ze ons de vermogens te ontwikkelen die daarvoor nodig zijn. Jongeren (emotioneel) aanspreken op, bijvoorbeeld, hun gebrek aan aandacht voor anderen, negatief reageren op grensoverschrijdend gedrag, draagt er niet alleen toe bij dat ze begrijpen wat van hen verwacht wordt maar dat ze ook leren eraan te voldoen. Bovendien maakt het elkaar voortdurend moreel de maat nemen dat we niet alles uitputtend in regels, reglementen, en wetten hoeven vast te leggen. We hoeven alleen grofweg vast te leggen hoe we ongeveer met elkaar dienen om te gaan en laten de afstemming van wat dat precies betekent over aan de morele praktijk. Stelen mag niet, maar of iets ongevraagd lenen van een goede buur of familielid onder stelen valt, is iets wat we overlaten aan het informele, (sub)culturele, domein. Als we er niet van gediend zijn dat onze buurman onze bezem af en toe uit de schuur haalt dan kijken we hem fronsend aan, zeggen er iets van of praten niet meer met hem wanneer hij onze voorgaande communicatie hierover besluit te negeren. We kunnen zeggen dat dit ook geldt, god zij dank, voor het domein van de seksuele vrijpostigheden. Wat gepast is of niet, hangt af van wat wij daarvan met ons allen maken, en in onze cultuur is dat afhankelijk van leeftijd, plaats, situatie en (sub)cultuur.

Om duidelijk te zijn: het idee van deze filosofen, waaronder ik mijzelf schaar, is niet om wetten en regels af te schaffen, alleen om erop te wijzen dat we een hoop met elkaar afstemmen in het informele morele domein. Zij zijn het er dus helemaal mee eens dat het goed is dat bepaalde zaken bij wet geregeld zijn, bijvoorbeeld dat verkrachting en aanranding verboden zijn, gelukkig sinds 1992 ook binnen het huwelijk.

#Metoo, niet twitteren maar van je afbijten!

Terug naar Fay Weldon. In het Volkskrant magazine van drie weken geleden zegt ze dat wanneer mensen ongepast bevoeld worden, ze de dader in kwestie ‘gewoon’ een klap in het gezicht moeten verkopen. Weldon heeft niet veel op met het publiekelijk aan de schandpaal nagelen van daders van ongewenst gedrag. Haar advies lijkt me zinnig. Ik zou daar graag aan toe willen voegen dat wanneer iemand ongepast met je flirt, je hem of haar dat ongezouten mag laten weten en dat je volledig in je recht staat om beledigd, geïrriteerd of boos te zijn, en dat te uiten, wanneer zij of hij ongepast seksueel getinte of geladen opmerkingen maakt. Als de tegenwoordigheid van geest je op het moment zelf in de steek laat lijkt het me eveneens gepast dat alsnog te doen wanneer er enkele dagen, maanden of misschien zelfs wel jaren verstreken zijn. Gewoon alsnog een gelegenheid zoeken om duidelijk te maken dat je je onbehoorlijk behandeld voelt en dat je daar (nog steeds) kwaad over bent. Zoals een vriend (m/v) me onlangs vertelde: de beste manier om dat te doen is niet een discussie starten (wat vond je er zelf eigenlijk van?) maar het eenrichtingverkeer maken (ik vond dat verkeerd/beledigend/genant/schandalig). Om grenzen duidelijk te maken moet je ze trekken. Je hoeft niet alles in regels te vatten, niet alles bij wet te regelen, maar in de omgang duidelijk zijn over wat wel en niet kan.

Ik vermoed, en hoop, dat een deel van de onvrede over en kritiek op de #metoo campagne geboren wordt uit dat inzicht. Slachtoffers van ongewenste intimiteiten moeten niet twitteren maar van zich afbijten! En mensen die het slachtoffer worden van aanranding en verkrachting, die moeten natuurlijk gewoon aangifte doen. Geen trial by media, maar strafvervolging is het gepaste antwoord op crimineel gedrag. Dat sluit mooi aan bij de visie over het belang van morele sentimenten in onze dagelijkse praktijk. Wanneer je slachtoffer bent van ongewenst gedrag dan moet je dat communiceren en aanpakken in de privésfeer, of aangifte doen wanneer het crimineel gedrag betreft.

Maar wat als de #metoo campagne nu eens nodig is om precies die boodschap in de praktijk te kunnen brengen? Wat nu als de #metoo twitteraars het beste gezien kunnen worden als mensen die de, spreekwoordelijke, barricades opgaan om een klimaat te scheppen waarin aangifte doen in het geval van crimineel gedrag en grenzen trekken in het informele domein de gewoonste zaak van de wereld wordt? Dat geeft een ander zicht op waar mensen mee bezig zijn, wellicht onbewust en onbedoeld, wanneer zij aan #metoo bijdragen.

#Metoo: revolutionair?

Het zou mij niet verbazen als de hele reeks aan seksschandalen waarvan we de laatste jaren getuige waren, mede een rol hebben gespeeld in tot stand komen van de #metoo beweging. Rijke machtige mannen die zich vergrijpen aan kamermeisjes, beroemde mensen uit de film- en televisie wereld; velen ervan kwamen weg met verkrachting en aanranding, misbruik van minderjarigen, kinderen, en als ik me niet vergis, veel te vaak zonder celstraf. Wat de #metoo campagne toont is dat er nog veel meer slachtoffers zijn van seksueel geweld en machtsmisbruik dan wij dachten, maar ook dat deze slachtoffers zich onvoldoende gesterkt voelen om aangifte te doen wanneer dat gepast was geweest. Wat de #metoo campagne eveneens toont is dat dat grensoverschrijdende gedrag zich niet beperkt tot wat bij wet geregeld is. Ook in het informele domein blijken heel veel mensen lak te hebben aan het idee van ‘wederzijdse instemming’ en blijken evenzoveel mensen niet in staat om hun grenzen te trekken en te reageren op wat ze als ongepast ervaren.

Het is om deze reden dat de #metoo campagne revolutionair genoemd zou kunnen worden. Er is een collectief opgestaan van slachtoffers, maar niet omdat zij zichzelf zo graag als slachtoffer zien, niet omdat ze aandacht willen voor hun individuele ervaring, maar omdat ze de krachten willen bundelen; luid en duidelijk willen laten horen waar de grenzen liggen en dat die grenzen stelselmatig overschreden worden. Door aan #metoo bij te dragen proberen ze de controle terug te nemen en uit de passieve slachtoffer rol te stappen. Niet (alleen) ik maar wij zijn de slachtoffers, niet (alleen) hij of zij maar zij zijn de daders, niet (alleen) mijn grenzen zijn overschreden maar de grenzen. Collectief wordt een beeld neergezet waarin velen zich misdragen in verschillende schakeringen van ernst: ongepaste opmerkingen, bizar gesis en in de billen-knijperij, het in bed praten van mensen die op allerlei manieren van je afhankelijk zijn, tot aan aanranding en verkrachting toe. Dat gedrag kan je niet allemaal over één kam scheren, maar één van de goede kanten van een ongenuanceerd beeld neerzetten en er massaal verontwaardigd over zijn, is dat het grenzen helder stelt en onder woorden brengt wat wel en wat echt niet door de beugel kan, hoe genuanceerd dat in het echte leven ook ligt. En dat is nodig omdat het mensen kan helpen in het dagelijkse praktijk hun eigen grenzen te kunnen trekken, om niet langer te bevriezen of stil te vallen wanneer zij het slachtoffer worden van ongepast seksueel getint gedrag en machtsmisbruik, en dat het ze kan sterken aangifte te doen, wanneer dat nodig is.

#Metoo, daders en slachtoffers

Natuurlijk is het zo dat bij criminele daden of overtredingen van institutionele regels formele klachten en aangiften meer op zijn plaats zijn dan tweets – maar getuige de enorme onduidelijkheid over de grenzen in het informele domein, is het heel voorstelbaar dat slachtoffers van seksueel geweld en misdragingen geen zin hebben in alle ellende die dat soort aangiftes en formele klachten met zich mee zou kunnen brengen en er liever voor kiezen bij te dragen aan de beweging die momenteel bezig is. Dat maakt, lijkt me, dat we alle reden hebben zeer dankbaar te zijn wanneer slachtoffers er toch in slagen om die formele weg in te slaan en het hen verplicht zijn al het mogelijke te doen om de extra schade die dat met zich meebrengt te minimaliseren.

Dat wil natuurlijk niet zeggen dat het grensoverschrijdend gedrag dat door de #metoo campagne aan het daglicht komt, gelijkgesteld moet worden aan crimineel gedrag, of dat we het met allerlei wetten en regeltjes te lijf moeten gaan. Met andere woorden, ook de mensen die verontwaardigd reageren op de #metoo campagne en die waarschuwen tegen een verstikkend klimaat, hebben een punt. Je kan niet al het seksueel onbetamelijk gedrag op één hoop gooien. Eigenrichting en het scheppen van een slachtoffer cultuur zijn bijzonder nare kanten van massale campagnes als deze. En ongetwijfeld heeft niet iedereen die in deze campagne aan schandpaal wordt genageld, dat verdiend. Onder de beschuldigden bevinden zich vast mensen die zich open en vrij begeven hebben in het altijd schimmige spel van aantrekken en afstoten, interesse wekken, spanning opzoeken; mensen die op zoek waren naar wederzijdse instemming en niet door hebben gehad dat die er niet was.

Ik vermoed dat er zelfs mensen zijn die zich onvoldoende gerealiseerd hebben dat zij zich in een machtpositie bevonden. Ook die mensen zijn slachtoffer van het klimaat dat de #metoo campagne hopelijk zal veranderen. Ook zij hebben er baat bij dat iedereen zich vrij en open voelt aan te geven wanneer haar of zijn grenzen overschreden worden, dat iedereen op elk moment en onder alle condities het gevoel heeft dat ‘nee’ en ‘stop’ zeggen ok én voldoende is. In dat opzicht zijn we allemaal slachtoffer van de machtswellustelingen die zich van den domme houden om er misbruik van te maken of de ballen niet hebben ze te riskeren voor een blauwtje (m/v). En zelfs die machtswellustelingen, zo kunnen we ons afvragen, zouden die hun machtswellust ook op een soortgelijke manier ontwikkeld hebben wanneer er voldoende mensen om hen heen waren die hen regelmatig op hun gedrag zouden hebben aangesproken?

#MeToo en de reacties

Wat betekent een en ander nu voor hoe we op #metoo moeten reageren? Moeten we er met zijn allen het zwijgen toe doen en alle nare kantjes van de #metoo campagne voor lief nemen? Liever niet. Als er één ding nodig lijkt dan is het dat we de dialoog aangaan over hoe we het klimaat kunnen verbeteren, over wat je niet en wel kunnen zeggen, over wat wel en niet gepast is. Maar als de collectieve morele verontwaardiging op haar hoogtepunt is, lijkt het me verstandig altijd allereerst duidelijk te maken waar je staat met betrekking tot de getrokken grenzen, voordat je daar je eigen bedenkingen of commentaar aan toevoegt. Het verstandigste is om ervoor te zorgen dat er geen enkel misverstand kan ontstaan over wat de grenzen zijn en wie we daarop moeten aanspreken.

Één van de grenzen die voor mij in de hele discussie duidelijk naar voren is gekomen is dat wanneer iemand niet op je avances reageert dat kan zijn omdat hij of zij er simpelweg niet van gediend is, ongeacht hoe sexy hij of zij gekleed gaat en hoe uitnodigend zijn of haar lichaamstaal is. Helaas, zo maakt de #metoo campagne glashelder, zijn er nog te veel machtwellustelingen en zijn er nog te veel mensen die weinig op hebben met het hele idee van ‘wederzijdse instemming’. Hierdoor bevinden zich onder ons dus nog een hoop bange en beschadigde mensen. Mensen die slachtoffer geworden zijn van seksueel geweld of verward over wat wel en niet toegestaan en gepast is. Het zijn die mensen die terug in hun kracht moeten komen voordat de seksuele mores zich weer enigszins kan normaliseren, ten goede kan keren. En pas als dat gebeurd is, kan er weer wat vrijheid en luchtigheid ontstaan, in een van de belangrijkste domeinen van het menselijk verkeer.