Kennis & Cognitie·Psychiatrie

Psychose en transformaties van realiteit

Door Rob Sips (PhD student, KU Leuven)

Een wereld in verandering

Psychose en in het bijzonder schizofrenie zijn thema’s die in de filosofisch geïnspireerde fenomenologische psychiatrie in de 20ste eeuw bijzonder veel aandacht kregen. Als we denken aan psychose dan denken we meestal in eerste instantie aan wanen, hallucinaties en aan een verlies van contact met de realiteit. De sensationele verhalen springen in het oog: mensen wanen zich één of andere god, voeren een kosmische strijd of krijgen boodschappen van een tv presentator. Mensen die een psychose hebben meegemaakt, waaronder ik ook mezelf kan rekenen, beschrijven de werkelijkheid tijdens een psychose vaak als een decor, waarin zij een hoofdrol komen te spelen in een wereld bevolkt door acteurs.

Dergelijke ervaringen van wanen impliceren dat mensen geloven in, en vasthouden aan onwaarschijnlijke overtuigingen over de realiteit of gebeurtenissen die zich hierin ontvouwen. Hoewel, geloven is misschien niet het juiste woord, aangezien mensen aangeven dat het hier eerder om een onmiddellijk ervaren gaat, waarbij die ervaringen als ‘echter dan echt’ kunnen worden beleefd.

Dat er zich echter wanen vormen impliceert dat er iets aan de hand is met de alledaagse realiteitservaring die daaraan vooraf gaat, of wat men vanuit de fenomenologie vaak benoemt als ‘natuurlijke vanzelfsprekendheid’. Om nood te hebben aan een buitengewone verklaring voor een fenomeen, moet het fenomeen zelf in de eerste plaats overkomen als iets waarvoor een alledaags begrip niet langer volstaat. Waar ‘wereld’ in de eerste plaats vaak begrepen wordt als natuur, een geheel van objecten, materie en wetten, merkte Husserl reeds op dat we voor het opstellen van die wetten steeds vertrekken vanuit een leefwereld die daaraan vooraf gaat. Een als vanzelfsprekend aan ons verschijnende wereld die we zelden ter discussie stellen.

 Verlies van natuurlijke vanzelfsprekendheid

Bij aanvang van een psychose, zo stelde de fenomenoloog Wolfgang Blankenburg, beginnen patiënten zich vaak vragen te stellen over de meest alledaagse dingen. Volgens hem gebeurt er bij psychose iets met het natuurlijke vermogen om de dingen ‘in hun juiste licht te zien’. Deze natuurlijke vanzelfsprekendheid duidt op een praktisch verstaan. Dat wil zeggen dat we niet steeds opnieuw reflecteren op de functie van elk object dat we zien, of op elke gebeurtenis die zich in onze nabijheid afspeelt, maar dat we door onze ervaringskennis een zekere vertrouwdheid met de wereld opbouwen. Je ziet een deur, je weet dat die open kan; je ziet een fles water, en weet onmiddellijk dat daar een vloeistof inzit, dat die vloeistof dorstlessend is en dat een fles een draagbaar object is dat je overal kan meenemen. In allerlei situaties beschikken we onmiddellijk over de impliciete ‘know-how’ over  hoe in interactie te treden met anderen, en wat anderen bedoelen wanneer zij communiceren met ons.

De subjectieve dimensie van psychotische stoornissen kan volgens Blankenburg het best begrepen worden tegen het licht van een verlies van deze alledaagse vanzelfsprekende achtergrond. Die achtergrond maakt dat we in staat zijn de met anderen gedeelde wereld als vanzelfsprekend te aanvaarden en in interactie te treden met alledaagse objecten. De achtergrond die we delen met anderen omvat echter heel wat meer dan een praktische relatie tot dingen. We zien objecten en andere mensen steeds in verhouding tot andere dingen. Ik zie een boom, ik weet slechts ‘wat’ die boom is in verhouding tot andere bomen en in verhouding tot ‘niet bomen’. Objecten, mensen en fenomenen verschijnen aan ons als betekenisvol in de manier waarop ze in relatie staan tot elkaar. De wereld verschijnt als een betekenisvol geheel.

Meer dan afwijkende saillantie

Bij aanvang van het psychotisch proces gebeurt er volgens verschillende theoretische opvattingen iets met de alledaagse werkelijkheidservaring. Volgens de ‘aberrant salience theory’, of letterlijk vertaald de ‘afwijkende opvallendheid theorie’, worden vanzelfsprekende dingen opvallend of ‘saillant’. Daarmee wordt bedoeld dat zogenaamde ‘onbelangrijke’ elementen uit de achtergrond in de perceptie van de werkelijkheid opvallend worden, naar de voorgrond treden en  als hoogst betekenisvol verschijnen.

De term saillantie werkt echter in zekere zin misleidend, aangezien het de manier waarop die vanzelfsprekende leefwereld verschijnt negeert, en hierbij die veranderende betekenis slechts beperkt onderzoekt. Vanuit onder andere fenomenologische en Wittgensteiniaanse benaderingen wordt  geopperd dat er veeleer iets gebeurt met de de achtergrond waartegen wij handelen, denken en interactie treden met anderen. Het is precies die veranderende betekenis van die vanzelfsprekende achtergrond van waaruit we mijns inziens psychoses beter kunnen begrijpen en waarmee we die afwijkende ervaringen opnieuw kunnen verbinden met de ‘normale’ ervaring. Ook in onze alledaagse ervaringen komen, meestal in minder extreme mate, ervaringen voor waarbij we dergelijke betekenisverschuivingen van een achtergrond kunnen ervaren.

Realiteitsreizen, ontkrachting en decentralisering van een wereld

Stel je het gevoel voor dat je plots in een ander land terecht komt. Dit gevoel kennen velen van ons uit onze ervaringen met reizen. Het ene moment ben je nog op vertrouwd terrein, en plots begeef je je in een drukke stad waar alles anders is. Hoge gebouwen, drukke straten, andere voertuigen, meer en andere mensen, een vreemde taal, allerlei exotisch uitziende en onbekende gerechten en een geheel van andere zeden en gewoonten komen allemaal als nieuw op je af. Deze ervaring kan een gevoel van vreemdheid teweegbrengen. Soms kan het een aantal dagen duren vooraleer je echt het gevoel hebt ‘in’ die realiteit te staan en er niet slechts als buitenstaander naar kijkt. Het kan lijken alsof je in een film rondloopt en de stad waarin je je begeeft bijna als een decor verschijnt.

Deze ervaring kan vergeleken worden met wat Karl Jaspers benoemde als de waanstemming, een fase vaak voorafgaand aan psychose, waarbij dingen een andere betekenis lijken te verkrijgen. In meer recente literatuur spreekt men van Truman symptomen, als verwijzing naar de film “The Truman Show”. In deze film komt Truman Burbank te weten dat hij sinds zijn geboorte de hoofdrol speelt in een realityshow. Zijn gehele leven blijkt zich te hebben afgespeeld in een wereld bevolk door acteurs, en die wereld zelf blijkt slechts één groot decor te zijn. Vreemde toevalligheden maken Truman argwanend en paranoïde tegenover die geconstrueerde wereld. Men stelt over deze fase, de waanstemming, dat ze gekenmerkt wordt door een gevoel van spanning en vreemdheid. De ‘wereld’ is veranderd; maar wat er veranderd is, daar kan men de vinger niet op leggen.

Wat de ervaring van reizen in dit verband aan het licht brengt is dat we die bril waardoor we de werkelijkheid zien overal met ons mee dragen. Ervaringen als deze hebben we in interactie met onze vertrouwde werkelijkheid in feite voortdurend, hoewel meestal minder opvallend. Door die voortdurende onopvallende realiteitsreizen en die nieuwe ervaringen in onze thuiswereld, verschijnt de wereld op een steeds nieuwe manier, teruggrijpend naar de wereld die we dachten te kennen.

Paradoxale realiteitsreizen en angst

De hierboven beschreven ervaring van een veranderende realiteit kunnen we inzetten om te verduidelijken wat er in een psychotisch proces gebeurt. Wanneer dergelijke verschuivingen in onze perceptie van realiteit plaatsvinden zonder dat daarvoor een schijnbaar aanwijsbare oorzaak is, dan is het echter minder duidelijk wat er aan de hand is.

Karl Jaspers beschrijft een patiënt die precies een ervaring van die aard lijkt te beschrijven: “Er is iets aan de hand, zeg me toch, wat is er aan de hand?”, “Ik weet niet wat, maar er is iets anders.” (mijn vertaling). De perceptie is op zich niet anders, zo stelt Jaspers, maar er is een fijne, alles doordringende en angstwekkende verandering die patiënten niet kunnen beschrijven.

We kunnen de alledaagse ervaring van realiteitsreizen inzetten om deze verklaringen te helpen verduidelijken. Zoals eerder gesteld hoeven we niet op reis te gaan om dergelijke verschuivingen in onze ervaring van realiteit mee te maken. Deze ervaringen zijn echter doorgaans gegrond in onze persoonlijke geschiedenis en ingebed in relaties met anderen. Wanneer nu echter de realiteit in die mate plots aan verandering onderhevig is, kan die opgebouwde achtergrond waartegen we realiteit ervaren gedestabiliseerd worden. Wanneer we terugkomen van een verre reis, dan begrijpen we dat het de impact van die nieuwe omgeving is die onze vertrouwde omgeving als nieuw doet zien en ervaren. Als het echter net die vertrouwde omgeving zelf is die plots geheel anders verschijnt, dan verschijnt het paradoxale gegeven dat die nieuwe ervaringen niet slechts in contrast verschijnen tegen, maar veeleer betrekking hebben op die vertrouwde omgeving zelf. Het is van hieruit dat die fundamentele ondermijning van realiteit in psychotische ervaringen naar mijn ervaring kan begrepen worden.

Heidegger stelde al dat dergelijke ervaringen een fundamentele existentiële angst (in tegenstelling tot vrees) kunnen teweegbrengen, waarin de ‘wereld’ verschijnt. De wereld blijkt plots niet slechts te bestaan uit een geheel van wetten, objecten en mensen en het blijkt dat zij niet begrepen kan worden zonder onze temporele en existentiële verhouding hiertoe mee te nemen. Terwijl de vrees gericht is op concrete dingen in de wereld, betreft de angst de fundamentele ordening van onze wereld zelf. Psychotische ervaringen van derealisering kunnen deze vorm van existentiële angst teweegbrengen. Bouwend op die meer fundamentele onbegrepen angst kan een ‘thuiswereld’ veranderen in een angstwekkende ‘vreemde wereld’. Die deconstructie kan teruggrijpen naar de gehele werkelijkheidservaring die we in een loop van een leven opbouwen, vergelijkbaar met de ervaring van Truman die zijn hele bestaan als ondermijnd moet ervaren. Een habitueel opgebouwde vorm van zekerheid kan omslaan in een fundamentele, existentiële onzekerheid.

Wanneer de psychotische storm is gaan liggen, blijkt echter vaak die vrees ‘voor’ en de  inhoud van wanen te blijven hangen. Bovendien hebben ook de traumatiserende confrontaties die gepaard gaan met een opname, van de afzondering in de isoleercel, de fixatie en het verlies van autonomie en vrijheid vaak een enorme impact op mensen. Heidegger stelt in “Zijn en Tijd” over de notie angst: “Als de angst is bedaard pleegt de alledaagse rede te zeggen: ‘het was eigenlijk niets’”. Als het proces waarop wanen bouwen nu precies ervaringen van angst zijn die fundamenteel een realiteit op zijn grondvesten kan doen daveren, dan zou een eerste stap waarmee we mensen kunnen helpen herstellen misschien zijn te opperen ‘dat het misschien iets was’. Als we deze stap nemen, dan kan ingezien worden dat herstel van psychose vaak een fundamenteel herstel van een menselijke verhouding impliceert.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s