Epistemologie·Ethiek·Recensie

Recensie: Baggini’s boek is een springplank om verder de filo­sofie van de waarheid in te duiken

Door Fleur Jongepier (UD praktische filosofie, Radboud Universiteit Nijmegen)

Boekrecensie
Julian Baggini
Een kleine geschiedenis van de waarheid. Troost in tijden van nepnieuws. Vertaling Bram Galenkamp.
Uitgeverij Klement, 104 blz. € 14,99

De schrijver

Julian Baggini is een belangrijk figuur in het Britse publieksfilosofische landschap. Hij is de oprichter van het inhoudelijk en esthetisch geslaagde tijdschrift, The Philosophers’ Magazine. Hij promoveerde op het onderwerp persoonlijke identiteit en zijn TedTalk ‘Is there a real you?’ is meer dan een miljoen keer bekeken. Hij schreef meer dan twintig boeken voor een breder publiek, over bijvoorbeeld vrijheid, irrationaliteit, de filosofie van ‘eten en denken’ en over atheïsme. En  nu dus een boek over de waarheid, met de belofte troost te bieden ‘in tijden van nepnieuws’.

Insteek van het boek

Baggini koos bewust niet voor een historische insteek, bijvoorbeeld beginnend  bij Plato en dan verder bouwend: de titel van het boek is daarom enigszins misleidend. In plaats daarvan vliegt hij het onderwerp van ‘de waarheid’ thematisch aan. Zo is er een hoofdstuk over of iets waar kan zijn voor mij maar niet voor een ander (‘relatieve waarheden’), over mogelijk verborgen kennis bij bijvoorbeeld overheden (‘esoterische waarheden’), en over de vraag of een uitspraak als ‘moorden is slecht’ waar of onwaar kan zijn (‘morele waarheden’).

De hoofdstukken staan bomvol anekdotes en grappige waarheden, zoals het nepnieuws dat de Inuit vele woorden voor sneeuw kennen. Ook worden steeds verbanden gelegd met de actualiteit, zoals de alsmaar veranderende ‘waarheid’ van voedingsadviezen, maar ook hoe Donald Trump, complotdenkers en reikigenezers zich verhouden tot de waarheid.

Kleur bekennen

Het doel van het boek lijkt te zijn om een redelijk neutraal overzicht te geven van het soort van vragen die rijzen wanneer we geïnteresseerd zijn in ‘waarheid’. Maar hier en daar – en dat is onvermijdelijk – bekent Baggini kleur, en dan wordt het spannend. Zo schrijft hij dat wetenschappers zelf geen autoriteit zijn over “de ethische vraagstukken van hun discipline, want hun expertise is wetenschappelijk en niet ethisch van aard”. Daar laat hij het bij, maar het roept intrigerende vragen op. Zijn ethici dan de enige autoriteit over ethische vraagstukken? Kunnen neurowetenschappers of data-scientists niet juist ook nieuwe ethische inzichten bieden die ethici ontgaan?

Reden om dit boek niet te lezen

Het boek is ambitieus ingestoken, ergens te ambitieus en er ontstaat het risico dat de lezer onvoldaan achterblijft. Als het echt interessant wordt, is het hoofdstuk (vaak minder dan tien pagina’s) al weer uit. Baggini schreef eerder ook wat hij zelf zijn ‘wc trilogie’ noemt: filosofieboeken die je goed op de toilet kunt lezen. Dit boek heeft iets weg van deel vier van die reeks. Idealiter had de auteur ofwel moeten snoeien in de thema’s, ofwel toch net een wat langer boek moeten schrijven.

Ook is het jammer dat dit boek zijn ondertitel ‘troost te bieden in tijden van nepnieuws’, niet echt waarmaakt. Dit komt deels door het aantal open deuren (‘het is voor de kritische denker gepast sceptisch te zijn, zonder daarbij grenzeloos cynisch te worden’). Maar ook omdat dit boek misschien alleen overtuigend is voor degenen die sowieso al niet geloven in reikigenezers of creationisme. Dit boek zal bijvoorbeeld complotdenkers niet overtuigen. Zij zullen eerder hun hakken dieper in het zand zetten. Wellicht is dit nu eenmaal hoe het is, maar dan is dit boek niettemin een illustratie van een ongemakkelijke waarheid.

Reden om dit boek wel te lezen

Wie is er anno 2018 niet geïnteresseerd in de vraag waarom we experts zouden moeten vertrouwen en of politici nieuwe waarheden kunnen creëren (zoals: ‘we zitten in een cyberoorlog met Rusland’), of waarom complotdenkers algemeen geaccepteerde feiten maar niet willen geloven? Bijna niemand. En dus heeft bijna iedereen wel een reden om dit boek te lezen.

Het zwakkere punt van dit boek – het blijft te veel aan de oppervlakte – is juist ook weer een kracht. Want Baggini krijgt het voor elkaar op een luchtige manier een overzichtelijk theoretisch landschap te schetsen waardoor een lezer vervolgens zélf kan bepalen om al dan niet verder te lezen over dit onderwerp. Niet elk boek over een interessant en complex thema hoeft een monsterpil te zijn waar je weken op kauwt en waar de lol snel vanaf gaat. Baggini houdt het fris, actueel en spannend. ‘Een kleine geschiedenis van de waarheid’ is daarom zonder meer een geslaagde springplank om verder in de filo­sofie van de waarheid te duiken.

 

Bovenstaande recensie verscheen 17 oktober in Trouw

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s