Journalistiek·Lezingen, oraties, afscheidsredes·Politiek·Wetenschap

Waarheidsspreken in tijden van ‘post-truth’: Foucault, ‘parrèsia’ en populisme

Door Martine Prange (hoogleraar, Tilburg University)

Afgelopen augustus publiceerden 300 Amerikaanse kranten, onder aanvoering van de Boston Globe, een editorial waarin ze de persvrijheid verdedigden. Daarmee reageerden ze op de onophoudelijke stroom van aantijgingen van de zijde van de Amerikaanse president Donald Trump aan het adres van ‘de media’, die ‘nepnieuws’ zouden verspreiden en een ‘vijand van het volk’ zouden zijn. De New York Times adverteert inmiddels met ‘abonneer je op debat, niet op verdeeldheid’ en afficheert zich met de slogan ‘de kracht van feiten’. Hèt kenmerk van de ‘post-truth’ samenleving is immers de erosie van het publieke debat doordat emoties regeren over verstand en meningen over feiten. De ‘emocratie’ vervangt de ‘democratie’, constateerden Jose van Dijk en Wim van Saarloos. Betekent dit het einde van de waarheid, of onze waardering daarvan?

Integendeel. Het grote probleem is juist dat iedereen meent de waarheid in pacht te hebben. Het probleem van de post-truth samenleving is dus niet zozeer dat de onderbuik over het verstand regeert. Het kernprobleem van de post-truth samenleving is dat iedereen claimt de waarheid te spreken. Waarheidspluralisme is onverbrekelijk verbonden met democratie, maar wordt een probleem als iedereen, jong en oud, ongeleerd en doorgeleerd, links en rechts, deze claimt. In de post-truth samenleving is dus sprake van een inflatie van, om het nietzscheaans te formuleren, de waarde van waarheid.

Het kernprobleem van de post-truth samenleving is dat iedereen claimt de waarheid te spreken.

Essentieel in de aanpak van de problematiek van de post-truth samenleving is daarom het antwoord op de vraag, ‘Hoe kunnen we nog weten wie de waarheid spreekt, als iedereen die claimt?’ Wat ontbreekt is een duidelijke hiërarchie in het waarheidsspreken. Aan ons filosofen de taak om te analyseren welke criteria er nodig zijn voor het spreken van de waarheid in een democratie.

Parrèsia: de combinatie van waarheid, moed en kritiek

Michel Foucault (1926-1984) was bij uitstek geïnteresseerd in praktijken van waarheidsspreken en de functie daarvan in de Westerse samenleving. Zijn analyse van het Griekse begrip ‘parrèsia’, dat ‘het vrijmoedig spreken van de waarheid’ betekent en gelijkstaat aan onze huidige ‘vrijheid van meningsuiting’, is daarom bij uitstek geschikt om zo’n hiërarchie opnieuw op te stellen. Wat zijn de criteria van democratisch, publiekelijk waarheidsspreken volgens Foucault en wat kunnen we hiervan leren?

Allereerst onderscheidt Foucault vier vormen van waarheidsspreken, waarvan er maar een ‘parrèsiastisch’ is. Wat kenmerkt dit parrèsiastische waarheidsspreken?

Dat is de combinatie van waarheid, moed en kritiek. Iemand die op parrèsiastische wijze waarheid spreekt, de ‘parrèsiast’, spreekt de waarheid met gevaar voor eigen leven. De parrèsiast spreekt ‘truth to power’: zij of hij uit kritiek op de politieke machthebber(s) en loopt daarbij bewust het risico op doodsbedreigingen of zelfs doodstraf, verbanning en sociale uitsluiting. Socrates was een parrèsiast, Lamettrie, Rosa Parks en Martin Luther King ook. Dichter bij huis: Sylvana Simons en, actueler, de Saudische journalist Jamal Khashoggi.

De reactie op de parrèsiastische waarheidsspreker resulteert veelal in de poging deze personen monddood te maken. Dat was niet alleen in het Oude Griekenland zo, waar mensen werden verbannen of, zoals Socrates overkwam, de doodstraf kregen, maar ook in Amerika, waar Trump de media steevast verdacht maakt; in Turkije, waar de media geheel in handen zijn van Erdogan en kritische journalisten zonder proces worden opgesloten; in Saudi-Arabie, dat Khashoggi vermoordde; en in Nederland, waar anti-Zwarte Piet-activisten de mond wordt gesnoerd door tegenstanders,

Foucault onderscheidt nog twee kenmerken van parrèsia: vrijheid en plicht. De parrèsiast spreekt vrijuit. Dit betekent dat zij haar mening geeft en wel zonder opsmuk: de parrèsiast spreekt niet alleen de waarheid, maar doet dit onomwonden, om geen misverstanden te laten bestaan. Zij doet dit uit een gevoel van plicht ten aanzien van de waarheid.

De populist als/ versus ‘parrèsiast’

En hier hebben we de crux voor het onderscheid tussen parrèsiastische en populistische waarheidsspreker. De populistische waarheidsspreker matigt zich immers precies de combinatie van kwaliteiten aan, die de parrèsiast kenmerkt: zij of hij zegt de waarheid te spreken, die niemand durft te spreken, maar die nodig is om op te komen voor ‘het volk’. De populist neemt de identiteit van de kritische en moedige waarheidsspreker aan, die inderdaad onomwonden zegt waar het op staat. Maar hoe zit het met diens plichtgevoel ten aanzien van de waarheid? En wie vormen eigenlijk dat ‘volk’?

De populistische politici menen dat alles wat uit hun mond komt ‘de waarheid’ is, maar natuurlijk nemen ze het met de waarheid niet zo nauw. In hun pogingen stem te geven aan ‘het volk’, hechten ze meer belang aan wat dit volk voelt en ervaart, dan aan de waarheid. Dit gevoel wordt door hen zodanig op een voetstuk geplaatst, dat het leidt tot een angstaanjagend anti-intellectualisme: verdieping, scholing, degelijk journalistiek en wetenschappelijk onderzoek worden met wantrouwen bejegend en al het vertrouwen gaat naar de (xenofobische) gevoelens van het volk. ‘Waarheid’ wordt in dit neo-Romantische populisme voorgesteld als de uitdrukking van gevoelens, bij voorkeur gevoelens van xenofobie en nationalisme.

De parrèsiast, daarentegen, gebruikt haar of zijn vrijheid van meningsuiting niet om een gevoel te uiten, maar om een constructieve bijdrage te leveren aan het publieke debat op basis van respect voor de waarheid en met oog voor het algemeen belang, zoals ik Foucaults begrip van ‘vriendschap’ in dit verband toepas. Uit respect voor de waarheid, ervaart de parrèsiast de plicht om deze te spreken en zij doet dit in het algemeen belang. Ook als zij dit onomwonden doet, doet zij dit niet lichtzinnig.

De populist zaait juist verdeeldheid en beoogt ook deze te zaaien

De parrèsiast maakt alleen gebruik van haar vrijheid van meningsuiting als zij ook echt iets te zeggen heeft dat van wezenlijk belang is voor het grotere geheel, dat wil zeggen: als het de rechten van iedereen betreft. De populist zaait juist verdeeldheid en beoogt ook deze te zaaien, omdat volgens de populist het opkomen voor de belangen van ‘het volk’ noodzakelijk betekent dat de stem van degenen die daar volgens hen niet toe behoren, moet worden onderdrukt. Waar de parrèsiast oproept tot verdeling van de politieke macht door de toekenning van meer rechten aan minderheden, propageert de populist de rechten van een specifieke groep ten koste van de rechten van anderen en zaait zo verdeling in de samenleving.

Parrèsia en het publieke debat

Wat kunnen we leren van Foucaults analyse van het parrèsiastische waarheidsspreken?

Het publieke debat zou erop vooruit gaan, als elke deelnemer zich zou houden aan de richtlijnen van het parrèsiastische waarheidsspreken. Het publieke debat is geen afvoerput van onderbuikgevoelens, maar een gezamenlijke, kritische reflectie op de inrichting en het functioneren van onze samenleving. Als we deelnemen aan het publieke debat, denken we gezamenlijk kritisch na over onze normen, waarden en instituten met als doel de verbetering daarvan. Kritiek op de samenleving moeten we dus niet ondoordacht leveren. Iedereen heeft recht op kritiek, maar de samenleving heeft er vooral baat bij dat onvrede op een doordachte manier wordt geuit, waarbij de spreker ook respect toont voor andermans rechten en oog heeft voor ieders behoefte. Zomaar iets uitbraken omdat iets je dwarszit, dat doe je maar thuis of in je dagboek. Het publieke debat is daar in elk geval niet voor bedoeld.

Bij een constructief, kritisch debat hoort ook naar elkaar luisteren en accepteren dat sommige mensen meer verstand van zaken hebben dan jij. Sterker, leer ervan! Een lerende houding, in plaats van de belerende die iedereen zich maar aanmeet, uit nieuwsgierigheid naar de waarheid. Dit impliceert het besef dat mening en waarheid niet samenvallen. De vrijheid van meningsuiting vereist expertise, kennis van zaken en grondig onderzoek naar de stand van zaken. De overheid wil zo graag dat wetenschappers zich met de publieke zaak bezighouden en contact zoeken met het publiek. Welnu, laten politici en het publiek zich dan ook iets aan de wetenschap gelegen liggen, als een serieuze en belangrijke bron van informatie.

De uitdaging voor de post-truth samenleving is de huidige ontwikkeling van democratie naar emocratie (en gezien het toenemend autocratisch leiderschap in de wereld ook de autocratie) tegengaan zonder op haar pluralisme en vrijheid van meningsuiting in te leveren. Filosofen moeten daartoe paradoxaal genoeg juist tonen dat de vrijheid van meningsuiting aan wat ik noem ‘parrèsiastische’ regels is gebonden. Die regels vindt de democratie in de waarheidsvinding, kritische reflectie en het dienen van het algemeen belang als vereisten van goede meningsvorming en een vruchtbaar publiek debat.

Voor een goede afloop houd ik overigens mijn hart vast, nu uitgerekend Trump en Erdogan zich opwerpen als hoeders van de waarheid in de zaak van de moord op de parrèsiastische journalist Jamal Khashoggi.


Verder lezen

Michel Foucault, Michel, Parrèsia. Vrijmoedig spreken en waarheid. Amsterdam: Stichting voor Filosofies Onderzoek/ Krisis, 1989.

Martine Prange, ‘In het theater van de waarheid: “Parrèsia”, vrijheid en verzet’ [Inaugurele rede]. Tilburg University: Prisma Print, 2017.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s