Ethiek·Interculturele filosofie·Prijsvraag

Confucius vs. China’s Sociaal Krediet Systeem

— ŸWinnaar van de derde prijs van de OZSW/BNI Essaywedstrijd —

Door Dascha Düring (docent-onderzoeker Universiteit Utrecht)

Je hebt een afspraakje met iemand die je via een datingwebsite hebt ontmoet, en moet je haasten om op tijd bij het restaurant te arriveren. Net voor je neus springt het voetgangersstoplicht op rood. Je twijfelt even, maar als je om je heen kijkt en geen naderend verkeer bespeurt, besluit je het er toch maar op te wagen: je zet het op een drafje en steekt de straat over. 

Foute beslissing. 

Je bent nog niet bij het restaurant aangekomen of een afbeelding van jouw gezicht prijkt al de schandpaal die in de vorm van een enorm digitaal scherm sinds kort aan het H&M-gebouw is bevestigd. En niet alleen dat: die restaurantbon waarmee je het dinertje had willen bekostigen is per direct onbruikbaar, en de Uber (of de Chinese variant ‘Didi’) die je voor de terugweg had willen bestellen, kan je ook wel vergeten. Als je date er überhaupt nog zit overigens. Het zou best eens kunnen dat de datingwebsite data deelt met de overheid en dat de verkeersovertreding je digitale profiel ineens een stuk minder aantrekkelijk heeft gemaakt, waardoor je date intussen allang het hazenpad gekozen heeft.

We hebben lang kunnen denken dat dergelijke scenario’s tot science fiction en dystopische literatuur behoren, maar China’s plannen om vóór 2020 landelijk een Sociaal Krediet Systeem in te voeren, maken daar definitief korte metten mee. En hoewel ontwikkelingen binnen China meestal een beetje onder de radar van onze media lijken te blijven, is hierover in Europa al redelijk wat stampij gemaakt, waarbij met name parallellen getrokken zijn met George Orwell’s befaamde boek 1984 en de Black Mirror-aflevering Nosedive. 

Laten we daar direct een aantal kanttekeningen bij plaatsen. Het is zeker niet zo dat de Communistische Partij China vanaf 2020 als een alwetende “Big Brother” het gedrag van haar burgers gaat controleren; de middelen heeft ze daar simpelweg (nog) niet voor. Ook is de vergelijking met de aflevering van Black Mirror in zekere zin misleidend, omdat het lijkt te suggereren dat het systeem draait om burgers die elkaar cijfers geven. Een allesomvattend surveillancesysteem – “vóór burgers en dóór burgers” – zal naar alle waarschijnlijkheid niet het definitieve plan worden.

Tegelijkertijd zijn de parallellen met Orwell en Black Mirror ook weer niet helemaal ongegrond. Ten eerste is duidelijk, uit het officieel aangekondigde “Schets voor de Constructie van een Sociaal Krediet Systeem” evenals de verschillende pilots die sinds enkele jaren in China draaien, dat de Partij van plan is om verschillende soorten diensten aan elkaar te koppelen. Dus het zeker wél de bedoeling dat jij, als je bijvoorbeeld een verkeersovertreding hebt begaan of je hebt ingelaten met een piramidespel, daar in verschillende aspecten van je leven last van zult hebben. Je kunt geen lening meer krijgen, je kinderen mogen niet naar de beste scholen, je mag niet meer reizen per vliegtuig of in luxehotels verblijven – en misschien heeft dit inderdaad ook gevolgen voor je online datingprofiel. Als je iets fout doet voel je over de gehele linie de gevolgen, is het idee. 

Ten tweede is helder dat het niet alléén gaat om het breken van de wet. De inzet is om in bredere zin een maatschappij te creëren waarin, aldus het eerdergenoemde rapport, “eerlijkheid als glorieus beschouwd wordt en onbetrouwbaarheid als huichelachtig”. Het zou dus juist ook de bedoeling zijn dat vooraanstaande burgers die bijdragen aan het welzijn van de staat voorrang krijgen bij allerlei diensten, en zij die de hele dag computerspelletjes spelen en niet goed zorgen voor hun ouders in hun dagelijks leven structureel “herinnerd” worden aan de burgerplichten die zij verzaken – en dat laatste geldt hoogstwaarschijnlijk ook voor mensen die kritiek hebben op het Partijbeleid. Het plan, in andere woorden, gaat verder dan wetshandhaving alleen: de doelstelling is met name ook om van de Chinese burgers moreel betere mensen te maken. 

Morele verbetering? 

Er zijn enorm veel vragen te stellen over het voorgenomen systeem, maar hier wil ik met name bij dit laatste punt even stilstaan: bij de vraag of we goede redenen zouden kunnen hebben om te geloven dat het Sociaal Krediet Systeem inderdaad mensen moreel beter maakt. Laten we ons voorstellen dat het systeem inderdaad piekfijn gaat draaien: dat het op een gegeven punt niet meer kan disfunctioneren (en het dus absoluut onmogelijk is dat het dronken vandalisme van je buurman per ongeluk aan jouw hypotheekaanvraag wordt gekoppeld), en stel nu dat het niet langer gevoelig is voor misbruik (en er dus geen hackers zijn die onschuldige burgers op een zwarte lijst kunnen plaatsen). Zou het Sociaal Krediet Systeem dan inderdaad van de Chinezen in moreel opzicht betere burgers maken? 

Dat is geen makkelijke vraag. In feite gaat het om de kwestie wat een moreel juist, of moreel lovenswaardig persoon is. Ben je dat als je altijd in de pas loopt, als je je keurig houdt aan wat de samenleving van je verwacht, of is daar iets méér voor nodig? Ben je een moreel goed mens als je nooit bestraft bent, nimmer de Staat reden gegeven hebt om je te bestraffen, of ben je pas een moreel voorbeeld als je je ook aan morele standaarden zou houden als er niemand meekijkt – als je “eerlijk en betrouwbaar” bent omdat je dit zelf juist vindt, ongeacht de consequenties die hieraan verbonden zijn? Dat is een vraag waar in de Westerse filosofie natuurlijk enorm veel over geschreven is. Maar in de context van het Sociaal Krediet Systeem is het precies op dit punt oorverdovend stil, terwijl het hele project – evenals de mogelijke kritiek daarop – hier eigenlijk om draait. 

De Leidse rechtsgeleerde Rogier Creemers suggereert dat in China de morele mens hoofdzakelijk begrepen wordt, en altijd begrepen ís, als iemand die in de pas loopt. Beginnend met de doctrine van het Hemels Mandaat en later geperfectioneerd onder het juk van het Confucianisme, zegt hij, gebruikten Chinese heersers de wet om de moraal af te dwingen. Het Sociaal Krediet Systeem is dus, volgens Creemers, in feite een voortzetting van traditioneel Confucianistische praktijken met moderne middelen: het bouwt voort op Confucianistische ideologie, en daarom kan de Communistische Partij claimen in haar recht te staan bij het doorvoeren van deze plannen.1 

Als Creemers gelijk heeft, dan lijkt het vanuit China intern lastig om het systeem dat de Communistische Partij nu invoert te bekritiseren. Het Confucianisme is een gekoesterde traditie die vaak als bron van autoriteit wordt beschouwd, en als die het Sociaal Krediet Systeem steunt dan hoeven wij Westerlingen met onze Orwelliaanse associaties niet op veel Chinees begrip te rekenen. Punt is alleen dat het Sociaal Krediet Systeem helemaal niet eenduidig voortbouwt op het Confucianisme. Sterker nog: enkele fundamentele principes van het Confucianisme als levensbeschouwelijk doctrine staan lijnrecht tegenover de plannen van de Communistische Partij.  

De Confucianistische traditie 

Om dit te laten zien, moeten we zoals goed Chinees gebruik het wil naar de bronnen zelf kijken, in dit geval: naar de teksten waarin de visies van centrale Confucianistische denkers – Confucius zelf, maar ook Mencius – worden geformuleerd. En daar vinden we de volgende uitspraken, die in traditionele interpretaties en ook in huidige filosofische discussies als kern van de doctrine worden gezien: 

De Meester [Confucius] zei: “Als de mensen door wetten geleid worden, en men poogt eendracht op te leggen door straffen, dan zullen ze de straf proberen te vermijden maar geen moreel gevoel van schaamte ontwikkelen… Daarentegen, als zij door deugd geleid worden, en men poogt eenheid te creëren door regels van eerbaarheid, dan zullen ze een gevoel van schaamte ontwikkelen, en bovendien zullen ze zelf moreel lovenswaardige mensen worden.2    

Deugd, zegt Confucius hier, kan je niet met een wettelijk systeem van beloningen en straffen afdwingen. Natuurlijk zullen mensen in zo’n systeem proberen zodanig te handelen dat ze beloond worden en niet bestraft, maar wat heb je dan in feite voor elkaar gekregen? Slechts dat ze sociaal wenselijk gedrag vertonen. Maar, suggereert Confucius, daarmee zijn ze nog helemaal niet tot morele mensen gemaakt. Daarvoor is iets méér nodig. In een verdere passage zegt hij iets vergelijkbaars: 

Tsze-yu vroeg wat voor morele plichten kinderen naar hun ouders hebben. De Meester zei: “kinderlijke gehoorzaamheid betekent vandaag de dag dat je je ouders steunt. Maar honden en paarden kunnen toch ook ondersteuning bieden – zonder respect is er toch geen verschil tussen de twee?”3

Honden en paarden kan je ook middels een systeem van beloning en straf bepaald gedrag opleggen, maar dat maakt het nog niet moreel relevant: je ouders gehoorzamen is niet als zodanig lovenswaardig. Het méér dat hiervoor nodig is, ligt in de innerlijke houding van de mens in kwestie: pas als je een goede dochter of zoon bent uit respect of een vergelijkbaar motief, dán doet dat er moreel toe. 

Er is een beroemd voorbeeld van Mencius dat de gedachtelijn afmaakt. Stel: je ziet een peuter die op het punt staat om in een waterput te vallen, wat is dan de moreel juiste reactie? Dat is, stelt de wijsgeer, niet te zien aan je gedrag op zich: je kunt de peuter van een verdrinkingsdood redden omdat je in de gratie wilt komen bij de ouders van het kind, of omdat het slecht voor je reputatie zou zijn een peuter te laten verdrinken. Alléén als je het kind redt uit medemenselijkheid, simpelweg omdat dit het juiste is om te doen, heeft je handeling morele kwaliteit.Maar zo’n motief is niet van buitenaf te zien, en ook niet van buitenaf op te leggen. Je kunt iemand wellicht dwingen gewenst gedrag te vertonen en zich aan sociale normen te houden, maar niet om een goed persoon te worden. Moraal, volgens Confucius en Mencius, is een innerlijke houding, en een moreel geweten geeft de mens alleen zichzelf.  

Dit schetst nogal een ander plaatje. Een plaatje waarin Confucianistisch China niet als “De Ander” geportretteerd wordt, maar als cultuur die in haar ideeën over moraliteit fundamentele overlap vertoont met principes die in het Westen breed gedeeld zijn. Als wat ik hierboven gezegd heb klopt – en dit is een gangbare lezing van de Confucianistische basisprincipes – dan is het helemaal niet evident dat je de plannen van de Communistische Partij kunt rechtvaardigen op basis van de Chinese levensbeschouwelijke traditie. Integendeel! Het Confucianisme blijkt juist expliciet te stellen dat de wet niet gebruikt moet worden om de moraal op te leggen. In de pas lopen en je morele verantwoordelijkheid nemen worden als radicaal verschillende dingen gezien, en de moreel lovenswaardige mens is juist die persoon die uit eigen beweging zijn morele verantwoordelijkheid neemt. En dat betekent, bij nader inzien, dat het Sociaal Krediet Systeem niet zo gemakkelijk gerechtvaardigd kan worden door te claimen dat het voortbouwt op de Chinese traditie – het lijkt eerder te conflicteren met het Confucianistische idee van de morele mens dan het deze produceren kan. 

Moraliteit en (on)verantwoordelijkheid 

Maar toch… Zou de Communistische Partij hier niet via een omweggetje toch haar beleid kunnen rechtvaardigen? Ze zou natuurlijk gewoon kunnen stellen dat mensen die in de pas lopen eerder simpelweg geneigd zullen zijn een moreel geweten te ontwikkelen. Dat burgers die middels een omvattend systeem van belonen en straffen gedwongen worden wenselijk gedrag te tonen, de onderliggende principes zullen internaliseren zodat zij een uiteindelijk de juiste innerlijke houding ontwikkelen. 

Zo’n stukje volkspedagogiek past zeker in het straatje van de Communistische Partij. Maar ze is, tenminste in zo’n radicale vorm, allesbehalve overtuigend. Immers, wat het verder ook allemaal moge veronderstellen om je als morele burger te ontwikkelen, om verantwoordelijkheid te nemen voor je eigen handelen, is dat het een reële mogelijkheid is om dat niet te doen. Het moet mogelijk zijn om je onverantwoordelijk te gedragen, in andere woorden, wil de optie om ervoor te kiezen verantwoordelijkheid te nemen voor je eigen handelingen als betekenisvol verschijnen. Als je niet uit de pas, als je niet door rood kúnt lopen, is het niet langer een kwestie van verantwoordelijkheid om op groen te blijven wachten – je kan simpelweg niet anders. Misschien zou je zelfs kunnen denken dat momenten van onverantwoordelijkheid als zodanig belangrijk zijn voor de morele ontwikkeling van een samenleving, net zoals momenten van losbandigheid voor veel pubers cruciaal zijn voor hun ontwikkeling tot volwassene. Maar tenminste is helder dat het volledig uitsluiten van überhaupt de mogelijkheid uit de band te springen niet bepaald aan zo’n ontwikkeling zal bijdragen. 

Daarin ligt uiteindelijk de paradox van het voorgestelde Sociaal Krediet Systeem: als het succesvol is in haar doelstelling, en dus burgers effectief dwingt om in de pas te lopen, ondermijnt het daarmee per definitie haar eigen project. Morele verantwoordelijkheid is afhankelijk van de reële mogelijkheid om deze verantwoordelijkheid niet te nemen. En die laatste mogelijkheid staat met de invoering van het Sociaal Krediet Systeem op de tocht. 

Maar precies hier wordt ook duidelijk dat dit niet alleen meer om China gaat. Hoewel wij ons wellicht verbeelden dat dit een ver-van-ons-bed-show is, dat wij Westerlingen veilig zijn voor dergelijke Orwelliaanse praktijken, investeren wij steeds meer en steeds verregaander in allerlei technologieën die ons gedrag controleerbaar maken. En als verantwoordelijkheid afhankelijk is van de mogelijkheid tot onverantwoordelijkheid, tot opstand, zijn de ontwikkelingen in China misschien slechts een voorbode van de toekomst die ons te wachten staat. 

 

Noten

(1) Diegenen die niet terugdeinzen van Engelstalig wetenschappelijk jargon kunnen zijn positie hier terugvinden. In de podcast van Tegenlichtzegt Creemers in minder woorden min of meer hetzelfde. Zie hier.

(2) De Gesprekken van Confucius, Boek 2: sectie 2.3. De online Engelse vertaling van James Legge is hier te vinden.

(3) De Gesprekken van Confucius, Boek 2: sectie 2.7.

(4) De Mencius, Boek 2: deel 1. De online Engelse vertaling, ook van James Legge, vind je hier.

Afbeelding: screenshot uit de Black Mirror-aflevering Nosedive (te zien op Netflix).

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s